Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.3.

Slachtoffer perspectief

Onderdeel van Beleidsplan Achterhoekse aanpak van Mensenhandel

Slachtoffer worden van mensenhandel is een zeer ingrijpende ervaring met vaak traumatische gevolgen. Er wordt misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van slachtoffers, of geweld of dreiging gebruikt. Vaak zijn ze te bang of niet in staat om zelf aangifte te doen. Lang niet alle gevallen van mensenhandel worden herkend of opgespoord en slachtoffers doen niet altijd aangifte. Een slachtoffer van mensenhandel kan op korte en lange termijn ontwrichtende effecten ondervinden. Het kan leiden tot grote psychologische, sociale en fysieke problemen. Bovendien lopen slachtoffers risico op herhaald slachtofferschap. In totaal hebben de in 2015-2019 bij CoMensha gemelde slachtoffers meer dan 115 verschillende nationaliteiten. De top 5 landen zijn: Nederland, Nigeria, Polen, Roemenië en Oeganda. Gemiddeld is 32% van de gemelde slachtoffers man, het valt op dat er in verhouding steeds vaker mannelijke slachtoffers in beeld komen. Slachtoffers van mensenhandel zijn veelal jong. Gemiddeld is 40% van de gemelde slachtoffers jonger dan 23 jaar. Een kwart is tussen de 23 en 29 jaar oud, en een kwart 30 jaar of ouder4Slachtoffermonitor mensenhandel 2015-2019. Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.. De behoeften van slachtoffers mensenhandel wanneer zij uit de situatie van uitbuiting zijn geraakt, hangen in belangrijke mate af van de uitbuitingssituatie waarin zij hebben gezeten en de daarbij ondergane vormen van dwang. Ook is het belangrijk om goed te kijken naar de achtergrond van het slachtoffer, demografisch en cultureel, inclusief de gezinssituatie. Een van de belangrijkste behoeften voor slachtoffers mensenhandel is de behoefte aan veiligheid. Zelfs als de dreiging van de uitbuiter of diens netwerk niet meer overheersend aanwezig is, blijft deze de eerste periode na de uitbuiting een grote invloed op slachtoffers uitoefenen. Vaak wordt in de behoefte aan veiligheid voorzien middels het aanbieden van veilige opvang. Belangrijk is dat er vanaf het eerste contactmoment aandacht is voor lichamelijke en psychische klachten. De behoefte aan medische zorg, uit angst voor SOA’s, verwondingen en verslaving. Psychische hulp bij de verwerking van opgelopen trauma’s en het voortdurend leven in angst. Maar ook economische ondersteuning door bijvoorbeeld schulden door de reis, ontbreken van inkomsten of opgelegde boetes. Juridische ondersteuning bij een eventuele strafrechtelijke procedure, bij het verkrijgen van identiteitsdocumenten en bij het verkrijgen van een status. Slachtoffers zijn (afhankelijk van uitbuitingsvorm en situatie) vaak geneigd om zichzelf de schuld te geven voor de situatie waarin ze zijn beland en de schuld bij zichzelf zoeken. Deze schuldvraag is van invloed op het wel of niet zoeken en accepteren van hulp. Lang niet alle slachtoffers zien zichzelf als slachtoffer. Dit zien we bijvoorbeeld terug bij slachtoffers van arbeidsuitbuiting. Ook is het gevaar dat slachtoffers niet herkend worden als slachtoffer en daarom berecht worden als dader. Dit zien we bijvoorbeeld terug bij vormen van criminele uitbuiting. De werkelijke daders blijven zo buiten beeld en kunnen hun criminele praktijken voortzetten en nog meer slachtoffers maken. Ook de gevolgen voor de familieleden van slachtoffers zijn vaak groot. Ouders krijgen soms zelf te maken met ernstige gezondheidsproblemen door stress en schuldgevoelens. Sommige vrouwen hebben kinderen gekregen van de mensenhandelaar of een klant, soms/vaak ook tijdens de uitbuitingssituatie. In veel gevallen gaat de uitbuiting na de bevalling weer door. Er zijn vanuit de hulpverlening vaak veel zorgen over de opvoeding van de kinderen, zo blijkt uit onderzoek van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (hierna CKM). De getraumatiseerde ouder die met hevige stress kampt, kan soms niet goed voor haar zoon of dochter zorgen. Het risico van intergenerationele overdracht is hierbij groot. Gevolgen voor de economie De economie ondervindt schade van mensenhandel. Volgens het Nationaal Dreigingsbeeld 2017 wordt geschat dat de overheid enkele honderden miljoenen euro’s schade oploopt door gemiste (belasting)inkomsten en de uitgave van onterechte subsidies en uitkeringen. Dat geldt voor uitbuiting in de seksindustrie, waar materiële en immateriële schade ontstaat bij slachtoffers, er zwart geld wordt gegenereerd door uitbuiters, en er een oneerlijke concurrentie heerst ten opzichte van de legale sekswerkers. En dat geldt voor uitbuiting in de overige sectoren: De inzet en uitbuiting van goedkope arbeidskrachten zorgt bijvoorbeeld voor een verstoring van de arbeidsmarkt en voor oneerlijke concurrentie. Daarnaast leidt arbeidsuitbuiting tot verdringing op de arbeidsmarkt, waardoor meer mensen een uitkering moeten vragen. Uitbuiting komt in alle sectoren voor. Bekende sectoren zijn de land- en tuinbouw, bouw, schoonmaak, uitzendbranche, voedselverwerking en horeca. Het is zowel vanuit het perspectief van eerlijk opererende bedrijven als vanuit het perspectief van slachtoffers mensenhandel belangrijk dat misstanden zoveel als mogelijk worden voorkomen en aangepakt. Gevolgen voor leefomgeving en milieu Mensenhandel kan gevolgen hebben voor leefomgeving en milieu. Een hennepkwekerij of drugslaboratorium, waar uitbuiting plaats kan vinden, zorgt mogelijk voor gevaarlijke situaties voor de wijk. Seksuele uitbuiting in privéhuizen kan eveneens tot overlast in de buurt leiden. Slachtoffers van criminele uitbuiting verblijven soms met veel personen in een huis. Bij arbeidsuitbuiting worden eveneens groepen mensen, vaak van buitenlandse afkomst, soms in een te kleine onhygiënische ruimte gehuisvest, wat tot overlast en (brand)gevaarlijke situaties voor de directe omgeving kan leiden5De Corona-pandemie heeft pijnlijk blootgelegd wat de gevaren van deze vorm van huisvesting zijn.. Slachtoffers worden soms gehuisvest in slooppanden, op camping of recreatieparken. Het is daarom belangrijk dat burgers weten waar ze onveilige of ‘niet-pluis’ situaties kunnen melden. Ook toezichthouders van de gemeente moeten signalen van de verschillende vormen van mensenhandel kennen. Slachtoffers moeten soms gevaarlijk werk doen, zonder beschermende kleding of veiligheidsinstructies. Een voorbeeld hiervan is een slachtoffer dat chemicaliëntankers op een binnenvaartschip moest schoonmaken. Dit moet hij doen zonder degelijke beschermende kleren en maatregelen. Daarnaast wordt er vaak gewerkt zonder vereiste diploma’s en certificaten. Een concreet voorbeeld van de Inspectie SZW zijn de vervalste gezondheidsverklaringen in de vleesverwerkingsindustrie. Dit kan een gevaar opleveren voor de voedselveiligheid. Gevolgen voor de rechtstaat Mensenhandel is een vorm van ondermijnende criminaliteit en ontwricht de rechtstaat. Ondermijning staat volgens de politie voor: ‘de vermenging van onderwereld en bovenwereld, de sluipende bedreiging van de integriteit van het openbaar bestuur, overheidsambtenaren en bedrijfsleven, bedreigde bestuurders en ambtenaren, afpersingspraktijken, de innesteling van criminelen in buurten en woonwijken of het ontstaan van ‘vrijplaatsen’. Mensenhandel is soms het werk van (internationaal) opererende criminele organisaties die zich ook met andere vormen van criminaliteit, zoals drugshandel en cybercrime, bezighouden. Mensenhandel tast ook legitimiteit van de overheid aan. Het vertrouwen van burgers in de overheid neemt af wanneer zij dit soort frauduleuze praktijken kennen.

Rechtspraak bij dit artikel