Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3.

Criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer 2025

1.. Het college neemt in ieder geval de volgende documenten (indien aanwezig) mee in de beoordeling van de ondersteuningsbehoefte: het persoonlijk plan; het perspectiefplan met daarin het gespreksverslag van het keukentafelgesprek waarin de voor beoordeling van de ondersteuningsbehoefte relevante gegevens zijn opgenomen; andere documenten die relevant zijn voor de beoordeling van de ondersteuningsbehoefte die door of namens de inwoner zijn ingebracht. 2.. Het college stelt na zorgvuldig onderzoek ten minste vast: wat de ondersteuningsbehoefte is; welke problemen ondervonden worden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich zelfstandig kunnen handhaven in de samenleving; welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving; in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kan bieden; of de inwoner de ondersteuningsbehoefte redelijkerwijs kon voorzien en verwacht mocht worden dat de inwoner zijn handelen en nalaten hierop had aangepast waardoor geen maatwerkvoorziening nodig zou zijn geweest; of een andere voorziening nodig is dan de voorziening waarom de inwoner vraagt; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de inwoner. 3.. Indien een maatwerkvoorziening nodig is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven tenzij: de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen; de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de inwoner aan maatschappelijke ondersteuning. 4.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. 5.. Het college kan nadere regels stellen omtrent criteria voor een maatwerkvoorziening 6.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: als de inwoner de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; als de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en geschiktheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; als de inwoner de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de voorziening binnen drie maanden voorafgaand aan de melding is gerealiseerd of geaccepteerd en het college kan vaststellen dat de reeds ingezette of aangeschafte voorziening noodzakelijke is voor het functioneren van de inwoner en de gemaakt kosten achteraf nog kan beoordelen al de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment de meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. 7.. Gebruikelijke hulp wordt verwacht van huisgenoten met wie een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd. Wanneer er gebruikelijke hulp van een kind wordt verwacht, wordt onderzoek gedaan naar het vermogen van dit kind. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties. Er wordt rekening gehouden met: wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht de ontwikkelingsfase van het specifieke kind; het feitelijke vermogen van dit kind om een bijdrage te leveren Het college neemt in het onderzoek naar de eigen kracht de volgende elementen mee: Het hebben van huisgenoten (Wie zijn zorgdragend en wie heeft behoefte aan zorg?) In hoeverre mantelzorg de nodige hulp en ondersteuning kan bieden. Het hebben van een sociaal netwerk en de bereidheid van dit netwerk om te helpen Of sprake is van gebruikelijke hulp en hoe dit wordt vastgesteld. De volgende factoren worden hierbij afgewogen: de aard van de relatie, de aard van de hulp en de omvang van de hulp. Vaardigheden en mogelijkheden om de hulp te bieden. Beschikbaarheid om de hulp te bieden (bijvoorbeeld door werk) Uitzonderingen op het bieden van gebruikelijke hulp In de volgende situaties wordt ervan uitgegaan dat er (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp kan worden geboden: Als de huisgenoten: overbelast zijn of dreigen te worden; beperkingen hebben en de kennis en vaardigheden missen om gebruikelijke hulp uit te voeren en niet over het vermogen beschikken die vaardigheden aan te leren; niet aanwezig kunnen zijn vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter; Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten. Als uit onderzoek blijkt dat huisgenoten zodanige gezondheidsproblemen hebben dat de betreffende taken niet in redelijkheid door hen uitgevoerd kunnen worden. Er naar het oordeel van het College sprake is van bijzondere omstandigheden. De inwoner een zeer korte levensverwachting heeft.

Rechtspraak bij dit artikel