Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 8.

Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen en pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer 2025

1.. Een inwoner kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn, voor een maatwerkvoorziening of een pgb zolang de inwoner van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, volgens de jaarlijkse indexering, voor de ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoners tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. De beschikking bevat een vermelding of een eigen bijdrage van toepassing is 4.. De eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen conform de wet abonnementstarief geldt voor: zorgarrangementen gebaseerd op ondersteuningsprofielen 1 t/m 5b maatwerkvoorzieningen woningaanpassingen, hulpmiddelen (met uitzondering van een rolstoelvoorziening), rolstoelvervoer van / naar maatwerkvoorzieningen. 5.. Een inwoner is een niet van het inkomen afhankelijke ritbijdrage verschuldigd voor de kosten voor het gebruik van collectief vervoer. Deze betaald inwoner rechtstreeks aan de vervoerder. Het college stelt de tarieven vast bij nadere regeling in een besluit. 6.. Het college kan bij nadere regels bepalen door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4a, lid 7 van de wet de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd. 7.. De eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner 8.. Het college kan uitzonderingsgronden opnemen voor het opleggen van een eigen bijdrage in een nadere regeling. 9.. Startmoment eigen bijdrage Datum van beschikking vormt start eigen bijdrage bij pgb en financiële tegemoetkoming. Datum van levering ondersteuning door zorgaanbieder vormt start eigen bijdrage bij gecontracteerde zorgaanbieders. Datum van levering van het hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatwerkvoorziening De eigen bijdrage wordt geheven vanaf de maand waarin het startmoment valt. 10.. Stopmoment eigen bijdrage Datum van aflopen indicatie vormt het stopmoment van eigen bijdrage Datum dat kostprijs is afbetaald is stopmoment eigen bijdrage In geval van een doorlopend servicecontract of verzekering via de gemeente kan het stopmoment van de eigen bijdrage wordt verlengd In geval van een doorlopend servicecontract of verzekering bedraagt de jaarlijkse eigen bijdrage de kostprijs hiervan. De eigen bijdrage is verschuldigd tot en met de maand waarin het stopmoment valt. 11.. Het college bepaalt bij nadere regels: op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald, en door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4a, lid 7 van de wet, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd. 12.. Het college kan bij nadere regels bepalen: voor welke voorzieningen, niet zijnde onafhankelijke cliënten ondersteuning, de inwoner een bijdrage is verschuldigd; welke voorzieningen en doelgroepen zijn uitgezonderd van het in de eerste lid bepaalde; wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel