**1..** De aanbieder dient de aanvraag tot subsidievaststelling en de eindverantwoording uiterlijk 1 juni (of zoveel eerder als mogelijk) van het jaar na afloop van het kalenderjaar in.
**2..** Verantwoording vindt per kwartaal plaats. Hiervoor levert de aanbieder voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand en per locatie tenminste de volgende kwantitatieve gegevens aan:
een overzicht van peuters, met vermelding van initialen, geboortedatum, datum start deelname peuterprogramma, (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma en de in rekening gebrachte ouderbijdrage;
een overzicht van doelgroeppeuters, onderverdeeld naar doelgroeppeuters zonder kinderopvangtoeslag en doelgroeppeuters met kinderopvangtoeslag, met vermelding van initialen, geboortedatum, datum start deelname peuterprogramma, (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma en voor de doelgroeppeuters zonder kinderopvangtoeslag de in rekening gebrachte ouderbijdrage.
**3..** De vaststelling wordt bepaald op basis van de daadwerkelijke aantallen (doelgroep)peuters, het aantal ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag, de daadwerkelijk afgenomen uren en de gefactureerde ouderbijdragen.
**4..** Indien bij vaststelling blijkt dat er sprake is van meer of minder afname van peuteropvang of voorschoolse educatie, dan wordt de te weinig verleende subsidie, met inachtneming van artikel 11, betaalt of de te veel verleende subsidie terugbetaald.
**5..** Alle ontvangers van een subsidie peuteropvang of een subsidie peuteropvang VVE dienen een goedgekeurde controleverklaring van de accountant bij de jaarrekening in bij de eindverantwoording.
**6..** De aanbieder beschikt over de gegevens genoemd onder a t/m d en bewaart deze minimaal 7 jaar. Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door het college, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden:
een gedagtekende overeenkomst tussen de aanbieder en de ouder van het kind;
het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang of voorschoolse educatie;
van ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekend aanvraagformulier gesubsidieerde peuteropvang, een verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag en de berekening van de ouderbijdrage;
van peuters met een VVE-indicatie een indicatieformulier van het consultatiebureau.
Als bij een controle blijkt dat de aanbieder niet de over de juiste gegevens beschikt kan de gemeente besluiten de subsidie lager vast te stellen.
**7..** De subsidie wordt na indiening van de eindverantwoording door het college binnen 13 weken na ontvangst hiervan vastgesteld. De vaststelling vindt plaats op basis van de door de aanbieder aangeboden kwartaaloverzichten en de eindverantwoording.
Artikel 15.
Vaststelling en verantwoording
Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Oudewater 2025