**1..** De ontheemde is verplicht om iedere afwezigheid van de opvanglocatie langer dan 1 nacht persoonlijk en voorafgaand door te geven aan het locatiemanagement Inclusia. De ontheemde ondertekent deze melding bij Inclusia, die afwezigheid vervolgens in haar registratiesysteem opneemt.
**2..** Als een overschrijding van de 28 dagen afwezigheid nadert, maar tenminste 1 week daarvoor, kan het college Inclusia de opdracht geven om een aankondiging van de naderende overschrijding van 28 dagen en de gevolgen daarvan via het bekende e-mailadres van de ontheemde aan hem berichten
**3..** Bij afwezigheid langer dan 28 dagen per kalenderjaar, is het college bevoegd Inclusia de instructie te geven om de opvangplaats van de ontheemde aan een andere ontheemde toe te bedelen.
**4..** In geval lid 3 zich voordoet kan het college het leefgeld van de afwezige ontheemde per direct stopzetten en het ten onrechte betaalde leefgeld over de periode van afwezigheid van de ontheemde terugvorderen,
**5..** Inclusia voert namens het college steekproefsgewijs controle uit op de aanwezigheid/afwezigheid van ontheemden op de opvanglocatie.
**6..** Bij afwezigheid zonder voorafgaande melding aan Inclusia volgt een waarschuwing (gele kaart). Bij een 2e overtreding van afwezigheid zonder voorafgaande melding, kan het college via het laatst bekende e-mailadres van de ontheemde een voornemen van intrekking van het leefgeld aan en het vervallen van het recht op de opvangplaats aan.
**7..** De ontheemde kan binnen 14 dagen na datum verzending van het voornemen als bedoeld in lid 6 een zienswijze indienen tegen dit voornemen.
**8..** Het college neemt, mede met inachtneming van de zienswijze van de ontheemde als bedoeld in lid 7 een besluit over de intrekking van de verstrekkingen (leefgeld en opvangplaats) en informeert de betrokkene.
**9..** Het college kan een adresonderzoek instellen met betrekking tot de vertrokken ontheemde, waarbij geldt dat een brief van de locatiemanager, waarin de langdurige afwezigheid van de ontheemde gemotiveerd wordt bevestigd, kan volstaan. Een dergelijke brief is niet noodzakelijk voor afronding van het adresonderzoek.
**10..** Na toepassing van lid 8 en 9 kan uitschrijving uit de BRP volgen.
**11..** In het geval de ontheemde zich nadien weer meldt, en zijn/haar voormalig recht op de opvangplaats claimt, dan wel een andere opvangplaats binnen de gemeente, kan het college de ontheemde verwijzen naar de IND, waarbij hij/zij zich opnieuw moet aanmelden om ter beoordeling aan de IND aanspraak te maken op bescherming onder de Richtlijn Tijdelijke bescherming. Het college kan daarbij aan een landelijke of regionale voorziening, die de verspreiding van ontheemden registreert en coördineert, aangeven dat alle beschikbare opvangplaatsen reeds in gebruik zijn.