Bij niet betaling en geen verzoek tot voorlopige voorziening stuurt de gemeente na de termijn van zes weken een aangetekende aanmaning (art. 4:112 Awb). Er wordt verzocht binnen 2 weken te betalen. Blijft betaling nog uit dan wordt er een dwangbevel uitgevaardigd (art. 4:114 Awb). Het dwangbevel wordt door de gerechtsdeurwaarder betekend.
Tegen het dwangbevel staat voor de overtreder verzet open bij de burgerlijke rechter van de rechtbank. Hieruit volgt een uitspraak. De debiteur kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen. In de verzetsprocedure gaat het alleen om de vraag of terecht een dwangbevel is uitgevaardigd. De vraag of er een schuld bestaat of dat er terecht een last onder bestuursdwang is opgelegd staat niet ter discussie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4.
Artikel 2.4.3.
Als niet tijdig wordt betaald
Onderdeel van Leidraad Invordering van bestuursrechtelijke vorderingen gemeente Hollands Kroon