Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › § 3.

Artikel 31

Spreekrecht over geagendeerde onderwerpen

Onderdeel van Reglement van Orde gemeente Schiedam

1.. Een ieder kan tijdens de Raadscommissie het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. . Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering of de geschorste vergadering bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4.. De voorzitter geeft, voorafgaand aan de behandeling van het betreffende agendapunt, het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. Elke aangemelde spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Voor het inspreken over geagendeerde onderwerpen is maximaal dertig minuten gereserveerd in de agenda. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De inspreker is gehouden zijn betoog onmiddellijk te beëindigen indien de voorzitter hem daartoe verzoekt, zijn spreektijd is gebruikt of de orde van de vergadering dit noodzakelijk maakt. 7.. De voorzitter kan te allen tijde iemand het spreekrecht weigeren of het woord ontnemen indien hij de inschatting maakt dat het ter sprake brengen van een onderwerp de belangen van derden zonder enig redelijk doel schaadt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel