Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die hulp verleent aan de ouder(s) en/of jeugdige op grond van een besluit van de gemeente, een bepaling van de gecertificeerde instelling of een medische verwijzing.
Aanvraag: een verzoek van een inwoner om een besluit te nemen, bedoeld in artikel 1:3 Awb. Ook een verzoek om verlenging, op- en afschaling via het berichtenverkeer wordt gezien als aanvraag.
Andere voorziening: voorziening waarop de ouder(s) en/of jeugdige een beroep kunnen doen voor hulp die hij nodig heeft, anders dan een voorziening op grond van de Jeugdwet. Het gaat om voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.
Awb: Algemene wet bestuursrecht.
BIG: beroepen in de individuele gezondheidszorg
Bovengebruikelijke hulp: Alles wat de gebruikelijke hulp te boven gaat.
Budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de Jeugdwet
Cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning. Doel daarvan is het versterken van de zelfredzaamheid en participatie van de ouder(s) en/of jeugdige en het krijgen van dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, wat elkaar versterkt.
Draagkracht: de normale, dagelijkse hulp die ouder(s) met behulp van hun sociale netwerk vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden. Ouder(s)/verzorger(s) moeten de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen verzorgen, opvoeden en toezicht op hen houden. Ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Het betreft hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf.
Draaglast: wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht, ontstaan problemen. De weegschaal slaat door naar één kant. Dit kan gebeuren doordat er bijvoorbeeld veel in korte tijd gebeurt of het heel druk is, waardoor de draaglast groter wordt (zwaarder). Maar het kan ook zijn dat iemand moe of ziek is, waardoor zijn draagkracht vermindert. Resultaat is dat de eisen die gesteld worden groter zijn dan wat de persoon aan kan of denkt aan te kunnen.
Eigen kracht: alles wat ouder(s) en/of jeugdige zelf kunnen doen om het probleem op te lossen, of wat zij kunnen doen met behulp van andere personen uit het sociale netwerk, van andere organisaties of met andere mogelijkheden, zoals een aanvullende zorgverzekering.
Familiegroepsplan: Plan van aanpak dat de ouder(s) kunnen opstellen samen met familie of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren. Hierin kunnen zij aangeven hoe ze zelf kunnen bijdragen aan het verbeteren van de opvoed- en opgroeisituatie van de jeugdige.
Gecertificeerde instelling: zijn organisaties die conform de jeugdwet maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren.
Gebruikelijke hulp: de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouders of andere verzorgers en opvoeders. Zie ook bijlage 2.
Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem.
Gezinsplan: een verslag waarin de adviezen, verwijzingen en afspraken staan die in overleg met de ouder(s) en/of jeugdige zijn gemaakt. Ook staan hierin de resultaten die bereikt moeten worden en de evaluatie daarvan.
Hulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Hulp in natura: een voorziening die aan de ouder(s) en/of jeugdige wordt verstrekt in de vorm van hulp door een aanbieder waar de gemeente een contract mee heeft (ook wel ‘zorg in natura’ genoemd).
Hulpverlener: de persoon die feitelijk hulp verleent.
Hulpvraag: behoefte van een jeugdige en/of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet.
Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in hoofdstuk 6 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen.
Instelling: een organisatie die bedrijfsmatig zorg of hulp verleent.
Individuele voorziening: een voorziening die op de jeugdige en/of zijn ouders is afgestemd die in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt.
Jeugdige: de jeugdige zoals bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet.
Niet-professionele hulp: hulp van iemand die niet valt onder de definitie van professionele hulp én hulp van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de jeugdige of zijn ouders.
Ouder: ouder, zoals omschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet (gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder).
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de ouder(s) en/of jeugdige die van belang zijn.
Pgb: persoonsgebonden budget dat aan de ouder(s) of jeugdige wordt verstrekt om de jeugdhulp bij derden in te kopen.
Pgb-plan: een plan van aanpak dat de ouder(s) en/of jeugdige opstellen over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan moet onder meer staan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden.
Professionele hulp: hulp van een professional die werkt voor een instelling of als ZZP’er.
SKJ: stichting kwaliteitsregister jeugd
sociaal netwerk: een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige of ouder een sociale relatie hebben.
Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een andere wet, zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Jeugdwet, zoals de Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg en Wet maatschappelijke ondersteuning.
Vrij toegankelijke voorziening: een (jeugdhulp)voorziening die een oplossing kan bieden voor de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouders en die rechtstreeks toegankelijk is zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouders.
Wet: Jeugdwet.
WLZ: wet langdurige zorg
ZZP: Zelfstandige zonder personeel