Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 5.2

Professionele of niet-professionele hulp

Onderdeel van Verordening jeugdhulp versie 2025 Gulpen-Wittem

1.. Om de hoogte van het pgb vast te stellen, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele hulp. Bij professionele hulp is er het onderscheid tussen ZZP’ers en hulpverleners bij een instelling. 2.. De ouder(s) en/of jeugdige kunnen het pgb besteden aan professionele hulp via een hulpverlener die ZZP’er is. De eisen aan ZZP’ers zijn: De ZZP’er staat als professional voor de via het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel volgens de eisen van de Handelsregisterwet 2007; De ZZP’er kan een SKJ- of BIG registratie overleggen; en De ZZP’er werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking. 3.. De ouder(s) en/of jeugdige kunnen het pgb besteden aan professionele hulp via een hulpverlener bij een instelling. De eisen aan hulpverleners bij een instelling zijn: De hulpverlener is in dienst van een organisatie die voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel volgens de eisen van de Handelsregisterwet 2007; De hulpverlener kan een SKJ- of BIG registratie overleggen; en De organisatie waar de hulpverlener in dienst is, werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking. 4.. De ouder(s) en/of jeugdige kunnen het pgb besteden aan hulp door een niet-professionele hulpverlener, als die hulpverlener: meerderjarig is; aannemelijk maakt dat de hulp niet tot overbelasting van de hulpverlener leidt; aantoont dat hij kwalitatief goede hulp kan bieden; en een Verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG - specifiek screeningsprofiel 45) kan overleggen. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag. De verklaring is niet nodig als de hulpverlener een bloed-of aanverwant in de 1e graad is. Bij een eventuele verlenging van een PGB mag de VOG niet ouder zijn dan 3 jaar. 5.. Hulp door iemand uit het sociale netwerk wordt altijd als hulp door een niet-professionele hulpverlener gezien, los van eventuele opleiding en ervaring. Met het sociale netwerk wordt ten minste bedoeld bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad.

Rechtspraak bij dit artikel