**1..** De gemeente kan toegekende hulp geheel of gedeeltelijk beëindigen of wijzigen in bepaalde gevallen. Dit geldt zowel voor hulp in natura als voor een pgb. De hulp kan in ieder geval worden beëindigd vanaf het moment dat:
de hulp niet langer passend of nodig is;
de ouder(s) en/of jeugdige zich niet houden aan de voorwaarden en verplichtingen die aan de ingezette hulp of het verstrekte pgb zijn verbonden;
de gemeente niet langer kan beoordelen of de ouder(s) en/of jeugdige in aanmerking komen voor hulp, omdat er onvoldoende of onjuiste informatie is verstrekt. Of omdat de ouder(s) en/of jeugdige onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar het recht op hulp;
de hulp is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de ouder(s) en/of jeugdige;
het pgb voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld is;
de ouder(s) en/of jeugdige niet binnen de vastgestelde termijn gebruik maken van de toegekende hulp, tenzij dit niet te verwijten is;
de jeugdige (of ouder die de hulp krijgt) langer dan 2 maanden verblijft in een instelling zoals bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; en/of
het gemeentelijk beleid is gewijzigd, waardoor de ouder(s) en/of jeugdige niet meer in aanmerking komen voor hulp. De gemeente houdt dan wel rekening met een redelijke overgangsperiode.
**2..** De hulp kan ook met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). De gemeente trekt dan het besluit in. De hulp kan ook met terugwerkende kracht worden gewijzigd (herzien). De hulp blijft dan wel in stand, maar wordt deels gewijzigd.
Hoofdstuk 6:
Artikel 6.4
Beëindiging hulp
Onderdeel van Verordening jeugdhulp versie 2025 Gulpen-Wittem