Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.2.2.

Voorkeursrecht – Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet

Onderdeel van Nota grondbeleid Alblasserdam 2024

Bij het vestigen van een voorkeursrecht moet een eigenaar zijn grond eerst aan de gemeente aanbieden voordat ze de eigendom aan een ander mogen overdragen. Als een eigenaar de grond wil verkopen en als eerste aanbiedt aan de gemeente gaan we in onderhandeling met de eigenaar over de aankoop van de grond. Met een voorkeursrecht behoudt de gemeente de regie en voorkomt ongewenste prijsopdrijving bij niet-agrarische gebieden. Grondslagen gemeente voor vestiging voorkeursrecht: de omgevingsvisie; een programma; een omgevingsplan; de voorkeursrechtbeschikking. De gemeenteraad neemt een voorkeursrechtbeschikking. Dit mag alleen als op de locatie een niet-agrarische functie toegedeeld is of gedacht EN het huidige gebruik afwijkt van die toegedeelde of toegedachte functie. De toegedeelde of toegedachte functie moet in het besluit voldoende concreet inzicht geven in de voorziene functiewijziging. Van toedeling is sprake als de functie is toegedeeld in een omgevingsplan. Van een toegedachte functie is sprake als een programma, een omgevingsvisie of de voorkeursrechtbeschikking aankondigt dat de locatie op een later moment via wijziging van het omgevingsplan een functiewijziging zal krijgen. Bij vestiging van een voorkeursrecht wordt de meest concrete grondslag toegepast. Als reeds in een omgevingsplan een functie is toegedeeld dan is dit de juiste grondslag. Een locatie toedenken in een voorkeursrechtbeschikking is alleen toegestaan als de functie nog niet is toegedeeld in het omgevingsplan of is toegedacht in de omgevingsvisie of een programma. De duur van een voorkeursrecht is afhankelijk van de grondslag van het voorkeursrecht. Deze termijnen en de regels over vestigen, vervallen, vernietigen en het verplicht intrekken van het voorkeursrecht zijn te vinden in de Omgevingswet.

Rechtspraak bij dit artikel