Voorbeelden van niet zelfstandig uitgeefbaar zijn:
Reststrook ten behoeve van het gebruik als tuin of uitbreiding van het aangrenzend hoofdperceel binnen de functie wonen of tuin;
Reststrook ten behoeve van het gebruik als tuin of uitbreiding van het aangrenzend hoofdperceel binnen overige functies.
Uitgifte is alleen mogelijk als de strook geen onderdeel is van een grondexploitatie, geen structurele waarde heeft, niet beleidsondersteunend is en/of geen strategische doel ondersteunt en grenst aan het hoofdperceel in eigendom van de aanvrager.
Onder structurele waarde valt:
De strook heeft een functie die behouden moet blijven voor de ambities voor de fysieke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan leefbaarheid, klimaatadaptatie, de ruimtelijke kwaliteit of het aanzien van de omgeving;
De strook maakt onderdeel uit van groen- en bomenstructuur;
De strook borgt de verkeersveiligheid;
De strook maakt onderdeel uit van de boven- en ondergrondse infrastructuur. Bijvoorbeeld kabels- en leidingen of een trottoir.
Bij de afweging of uitgifte mogelijk is kijken we ook naar de afmetingen en logische beheergrenzen.
Indien een vergunning nodig is omdat het (toekomstig) gebruik niet past binnen de regels van het omgevingsplan maken we een afweging op basis van de aanvraag voor een vergunning. De afweging om wel of niet tot uitgifte over te gaan maakt de gemeente als eigenaar en staat los van de vergunning. Het al dan niet uitgeven van grond is namelijk een privaatrechtelijke afweging ook al wordt publiekrechtelijk positief beslist op een aanvraag vergunning.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1.
Grond (reststroken) niet zelfstandig uitgeefbaar
Onderdeel van Nota grondbeleid Alblasserdam 2024