Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.7

Afleggen verantwoording pgb of financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorst 2025

a.. De inwoner waaraan een pgb als bedoeld in artikel 3.4 is toegekend, moet een zorgovereenkomst en de facturen van de dienstverlener indienen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Hierna gaat de SVB pas tot betaling over. b.. De inwoner waaraan een financiële tegemoetkoming voor hulpmiddelen en/of een niet bouwkundige woontechnische voorziening is toegekend, verstrekt binnen 3 maanden na aanschaf van de voorziening de originele factuur aan het college. c.. De inwoner waaraan een financiële tegemoetkoming voor woningaanpassing is toegekend, dan wel de eigenaar van de woning, meldt binnen een termijn van maximaal 12 maanden nadat het pgb werd verleend dat de woningaanpassing is gerealiseerd onder overlegging van de hierop betrekking hebbende originele facturen, of de voortgang van de woningaanpassing. d.. De vastgestelde financiële tegemoetkoming is een maximum vergoeding. Als de factuur lager is dan het toegekende budget, wordt de financiële tegemoetkoming gelijk gesteld met het bedrag zoals vermeld in de factuur. e.. Bij overlijden van de inwoner, na de 15e in een kalendermaand, zal het pgb voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een dienstverlening worden stopgezet per eerste dag van de maand volgend op de maand van overlijden. Valt de overlijdensdatum voor of op de 15e in een kalendermaand dan zal het pgb per de 15e van de lopende kalendermaand worden stopgezet. f.. Als een hulp- of vervoersmiddel in eigendom is verstrekt dan blijft deze na overlijden in eigendom van de nabestaanden. Nabestaanden mogen de voorziening verkopen, hiervoor mag geen financiële tegemoetkoming worden aangevraagd om dubbele financiering van voorzieningen te voorkomen. Bij een financiële tegemoetkoming voor een tweedehands voorziening zal er altijd navraag worden gedaan naar de herkomst van de voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel