Met een omgevingsvergunningsaanvraag kunnen burgers, ondernemers en overheden toestemming vragen om activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren. In sommige gevallen moet een initiatiefnemer een melding doen voordat de activiteit mag worden uitgevoerd. Voor een aantal activiteiten is een vergunning nodig. Welke activiteiten dat zijn, staat onder andere in het omgevingsplan.
Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk om belanghebbenden zo vroeg mogelijk bij hun plannen te betrekken. We stimuleren initiatiefnemers om deelnemers aan de participatie goed te informeren, met hen af te stemmen en samen te werken, zodat alle belangen, meningen, kennis en ideeën op tafel komen. De initiatiefnemer kan naar aanleiding hiervan zijn initiatief eventueel aanpassen. Het doel is om betere initiatieven te ontwikkelen, met meer kans op begrip en acceptatie, snellere besluitvorming en mogelijk minder bezwaren later in de procedure. De gemeente betrekt de uitkomst van de participatie in het besluit.
Verplichte participatie als aanvraagvereiste
De gemeenteraad heeft gevallen van activiteiten aangewezen waarin participatie wél verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend. Dit geldt voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is1Artikel 16.55, lid 7, Omgevingswet.. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die in strijd is met de regels uit het omgevingsplan en dus wordt getoetst aan het algemene beoordelingskader: een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Als de aanvrager bij zo’n aangewezen geval niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Wel moet het college de aanvrager eerst de gelegenheid geven de participatie opnieuw te doen en zo het gebrek te herstellen2Artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht. Voor de aangewezen gevallen moet de initiatiefnemer aantonen dat participatie heeft plaatsgevonden en hierover verslag doen. Ook in dit geval geldt de vormvrijheid.
De beoordeling of de initiatiefnemer voldoende aan participatie heeft gedaan, is aan de gemeente. Hiervoor is relevant welke activiteit de initiatiefnemer heeft aangevraagd. Bij een klein initiatief met weinig impact op de omgeving kan een beperkte vorm van participatie volstaan. Bij een project met grote impact op de omgeving zal meer uitgebreide participatie nodig zijn. Daarnaast is van belang wie er zijn meegenomen in het participatieproces. Bij de beoordeling hiervan kan het bevoegd gezag gebruikmaken van de trap van samenwerking die is opgenomen in het beleidskader participatie en van de handreiking voor ruimtelijke initiatieven.
Een lijst met aangewezen gevallen van activiteiten waarbij participatie verplicht is, is te vinden in het document ‘Notitie adviesrecht, verplichte participatie en delegatiebesluit 2024 Westervoort’ of opvolger(s) van dit document.
Antwoord op vraag participatie ja of nee als aanvraagvereiste
Bewoners, ondernemers, overheden en (belangen-)organisaties die een omgevingsvergunning aanvragen, moeten bij het indienen van de vergunning aanvraag aangeven OF, en zo ja, HOE zij hun omgeving en andere belanghebbenden hebben betroken bij hun initiatief en wat er met de resultaten is gedaan (participatieverslag)3Artikel 16.55, tweede lid, Omgevingswet en artikel 7.4 van de Omgevingsregeling.. We mogen als gemeente geen aanvullende (vorm-)eisen stellen aan hoe initiatiefnemers de participatie moeten organiseren. We stimuleren de aanvrager wel om de handreiking voor ruimtelijke initiatieven te gebruiken. Hiermee wordt het voor de aanvrager zelf ook gemakkelijker om de kwaliteit van het traject te waarborgen en voor de gemeente om het participatietraject te beoordelen als onderdeel van de aanvraag. Ook moedigen we initiatiefnemers aan om het participatieproces vorm te geven vóór de indiening van een aanvraag. Zodat de uitkomsten meegenomen kunnen worden in de weging van de aanvraag.
De aanvrager is dus niet verplicht om aan participatie te doen. Het antwoord op de eerste vraag hierboven mag dus ook 'nee' zijn. De gemeente mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen of buiten behandeling laten, omdat er niet of te weinig aan participatie is gedaan. Als de initiatiefnemer aan participatie doet, moet hij de gemeente laten weten wat de resultaten zijn. Meer dan dat houdt de plicht niet in. Alleen als participatie verplicht is en het is evident dat er niet aan is gedaan, mag het bevoegd gezag de aanvraag buiten behandeling laten.
De gemeente als aanvrager van een omgevingsvergunning
Een initiatief kan ook vanuit de gemeente zelf komen. Bijvoorbeeld in geval van de bouw of verbouw van een schoolgebouw. We hanteren dan de volgende specifieke uitgangspunten voor participatie:
Wanneer we een omgevingsvergunning aanvragen voor eigen gemeentelijke projecten, organiseren we altijd participatie bij een buitenplanse aanvraag, passend bij de impact van het initiatief. Dit kan dus ook alleen informeren zijn.
Bij het organiseren van participatie voor een omgevingsvergunning handelen we in lijn met het Beleidskader participatie en het Beleidskader participatie Omgevingswet van de gemeente.
Het college kan zo nodig bij grote projecten aanvullende participatiekaders (participatieplan) formuleren.
We stemmen het proces voor een eventueel benodigde projectmilieueffectrapportage (m.e.r.) af met het participatietraject. We gebruiken informatie uit de (vormvrije) m.e.r. om participanten inzicht te geven in de milieueffecten van het project en alternatieve locaties, en gebruiken omgekeerd de opbrengst van vroegtijdige participatie als input voor de m.e.r.
We leggen de resultaten van de participatie vast: wie zijn er betrokken, hoe was de participatie georganiseerd en wat is er met de inbreng gedaan.
De gemeente als toetser van de aanvraag omgevingsvergunning
Wanneer een externe initiatiefnemer een omgevingsvergunning aanvraagt, heeft de gemeente de rol van toetser. We hanteren dan de volgende specifieke uitgangspunten voor participatie:
Gemeenten mogen geen aanvullende eisen stellen aan de participatie bij omgevingsvergunningen. Niet via een extra aanvraagvereiste en niet via een extra vormvereiste. Dit geldt ook voor de eventueel verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Wel is er een handreiking voor ruimtelijke initiatieven beschikbaar. Hier zal de initiatiefnemer tijdens het vooroverleg op worden gewezen. Wanneer een initiatiefnemer met een complex initiatief bij de gemeente komt, wordt dit plan besproken aan de omgevingstafel. Hierbij is ook een participatiemedewerker betrokken, zodat de mogelijkheden van participatie zo vroeg mogelijk worden besproken.
Een vergunningaanvraag wordt door de gemeente beoordeeld op basis van beoordelingsregels. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de verschillende belangen van de omgeving. Een initiatiefnemer geeft bij de aanvraag aan OF er participatie is georganiseerd en zo ja, HOE er overleg is geweest met belanghebbenden en wat er met de resultaten van de participatie is gedaan. Het ontbreken van een participatietraject is dus niet per definitie reden om een vergunning te weigeren. Voor buitenplanse vergunningaanvragen voor bouwen en wijzigen van gebruik is participatie in sommige gevallen wel verplicht, maar ook dan vormvrij.
We gaan op basis van informatie van de initiatiefnemer en eigen beschikbare informatie na of alle belangen voldoende inzichtelijk zijn en wat er met de inbreng van de deelnemers is gedaan. Wanneer we onvoldoende informatie hebben om tot een zorgvuldige belangenafweging en besluit te komen, vragen we om meer informatie. Daarnaast kan de gemeente zelf extra informatie inwinnen. Dit kan tijdens de verplichte procedurestappen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of daarbuiten.
Wanneer de gemeente de participatie onvoldoende vindt, heeft de gemeente de volgende mogelijkheden:
De gemeente kan de initiatiefnemer vragen om aan meer participatie te doen. Maar als hij of zij al aan de participatieverplichting heeft voldaan, dan hoeft niks.
De gemeente kan aan de initiatiefnemer tijdens het vooroverleg een ontwerp van de aanvraag vragen. De gemeente kan deze dan zelf ter inzage leggen en meningen daarover inwinnen, voordat de initiatiefnemer de aanvraag indient. De aanvrager kan de eventuele nieuwe informatie verwerken in de aanvraag.
De gemeente kan een ingediende aanvraag ter inzage leggen en meningen inwinnen.
De gemeente kan een ontwerpbesluit ter inzage leggen en zienswijzen inwinnen. Bij de uitgebreide procedure is dit verplicht op grond van artikel 3:11 van de Awb.
De gemeente kan zelf rechtstreeks contact opnemen met belanghebbenden.
De gemeente is op grond van artikel 4:8 van de Awb verplicht om belanghebbenden die naar verwachting bedenkingen hebben, de gelegenheid te geven een zienswijze in te brengen. Deze verplichting geldt alleen als de beschikking zou steunen op gegevens die de belanghebbende betreffen en die de belanghebbende niet zelf heeft verstrekt.
De gemeente kan, in samenwerking met de initiatiefnemer, een informatieavond houden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5
Participatie omgevingsvergunning
Onderdeel van Beleidskader participatie Omgevingswet Westervoort 2024