Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.4

Participatie bij omgevingsplan

Onderdeel van Beleidskader participatie Omgevingswet Duiven 2024

Het omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit onder andere de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma’s naar juridische regels. Denk hierbij aan het toewijzen van functies aan locaties, het toestaan of niet toestaan van bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden en regels over omgevingswaarden. Op 1 januari 2024 heeft iedere gemeente één tijdelijk omgevingsplan. Die bestaat met name uit de huidige bestemmingsplannen en de bruidsschat. De gemeente heeft tot 1 januari 2032 de tijd om het definitieve omgevingsplan te maken. Bij het opstellen van een omgevingsplan is participatie heel belangrijk. Vanuit de Omgevingswet heeft de gemeente daarbij twee plichten: de kennisgeving en de motiveringsplicht. Kennisgeving De procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan start met de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen. In die kennisgeving moet ook worden aangegeven hoe de gemeente of de externe initiatiefnemer de burgerparticipatie vormgeeft. Motiveringsplicht De burgerparticipatie moet voorafgaand aan de vaststelling van het omgevingsplan worden georganiseerd. De gemeente heeft hierbij een motiveringsplicht: in het omgevingsplan moet staan hoe burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En ook wat de resultaten zijn en wat de gemeente daarmee heeft gedaan. Wie er bij de vroegtijdige participatie betrokken worden, hangt af van het type omgevingsplan, de aard, de omvang en invloed op de fysieke leefomgeving. Wijziging omgevingsplan: de verschillende smaken Na het ingaan van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft de ruimtelijke omgeving binnen de gemeente uiteraard volop in ontwikkeling en zullen wijzigingen van het omgevingsplan nodig zijn. Nieuwe bouwinitiatieven kunnen vragen om wijziging van het omgevingsplan. Bovendien wordt het tijdelijke omgevingsplan via een transitietraject stap voor stap omgezet naar één definitief omgevingsplan. We onderscheiden wat betreft de wijziging van het omgevingsplan daarmee vier verschillende smaken: Het omgevingsplan wordt gewijzigd voor een initiatief vanuit de gemeente; Het omgevingsplan wordt gewijzigd voor een initiatief door een externe initiatiefnemer, zoals van inwoners, ondernemers of ontwikkelaars; Het omgevingsplan wordt gewijzigd in het kader van het omzetten van het tijdelijke omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan; Het omgevingsplan wordt gewijzigd om een eerder verleende BOPA (buitenplanse omgevingsactiviteit) op te nemen in het omgevingsplan. Rol van participatie per smaak Ad.1. Gemeente als initiatiefnemer Wanneer de gemeente zelf initiatiefnemer is voor een initiatief dat een wijziging van het omgevingsplan vereist, is de gemeente verplicht hierover een kennisgeving te publiceren. Daarin beschrijft de gemeente hoe burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen worden betrokken bij de voorbereiding van de planwijziging. De gemeente stelt hiervoor een participatieplan op. Daarbij wordt de handreiking voor ruimtelijke initiatieven van de gemeente gebruikt. Deze handreiking vertaalt de uitgangspunten van de Omgevingswet naar concrete tips voor initiatiefnemers over hoe zij de participatie kunnen organiseren. Ad. 2. Externe initiatiefnemer Wanneer een externe initiatiefnemer, zoals een inwoner, ondernemer of projectontwikkelaar, een initiatief heeft dat een wijziging van het omgevingsplan vereist, moet de initiatiefnemer de wijziging aanvragen. Wat de participatie betreft, heeft de initiatiefnemer hierbij zelf de motiveringsplicht: hij/ zij moet een participatieplan maken, waarin staat hoe burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrokken gaan worden bij de voorbereiding van de planwijziging. De initiatiefnemer wordt gestimuleerd hierbij de handreiking voor ruimtelijke initiatieven van de gemeente te gebruiken. De gemeente is verplicht de kennisgeving over de voorgestelde planwijziging te publiceren. Ad.3. Van tijdelijk naar definitief omgevingsplan Tijdens de overgangsfase tot eind 2031 krijgen gemeenten de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te vormen tot één omgevingsplan voor de hele gemeente. Hierin verwerkt de gemeente ook de regels uit gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. Ook dan geldt de kennisgevings- en motiveringsplicht voor de gemeente. Ad.4. Voortdurende BOPA in omgevingsplan Een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet volgens de Omgevingswet worden geïntegreerd in het omgevingsplan. De gemeenteraad moet het omgevingsplan in elk geval vijf jaar nadat de voortdurende BOPA onherroepelijk is geworden, hebben aangepast. Overigens kan de gemeenteraad deze bevoegdheid delegeren aan het college. Deze BOPA’s dienen één op één overgenomen te worden in het omgevingsplan en maken dan ook geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. In dit scenario is participatie daarom ook niet aan de orde, omdat de vergunning al onherroepelijk is en hiertegen ook geen beroep meer openstaat. Dit wordt in de verplichte kennisgeving vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel