**1..** Een locatie voor het plaatsen van een laadpaal voldoet aan de volgende criteria:
Meerdere typen gebruikers mogelijk (woon + werk + bezoek);
Een locatie die is aangewezen als laadplein of laadstraat heeft de voorkeur. Er is sprake van een laadplein of laadstraat vanaf drie laadpalen;
Zichtbaarheid/vindbaarheid: laadpaal aan doorgaande weg of straat is zichtbaarder dan aan niet-doorgaande weg of straat;
Invloed op parkeerdruk. Het belang van een dekkend laadnetwerk afgestemd op de laadbehoefte gaat boven eventuele lokale parkeerdruk. Indien mogelijk kan er wel rekening worden gehouden met parkeerdruk voor de exacte locatiebepaling;
Er zijn weinig woningen met een eigen parkeervoorziening in de buurt;
**2..** Er wordt bij het plaatsen van een laadpaal rekening gehouden met eventueel geplande werkzaamheden in het gebied om te voorkomen dat laadpalen op korte termijn verwijderd en/of verplaatst dienen te worden.
**3..** De locatie voldoet aan de volgende eisen met betrekking tot installatieonderhoud:
Een laadpaal wordt op gemeentegrond geplaatst;
Een laadpaal wordt in het midden tussen twee parkeervakken geplaatst;
Rondom de laadpaal is ten minste 50 cm ruimte voor onderhoud beschikbaar;
Een laadpaal staat minimaal even ver van de boom als de kruin van de boom breed is, met een minimum van 1,5 meter tot de stam;
Een laadpaal wordt niet in een groenstrook met beplanting geplaatst;
Openbreken van een betonnen- of asfaltweg is niet toegestaan, met dien verstande dat boringen onder een betonnen- of asfaltweg alleen mogelijk zijn tot 6 meter;
Een laadpaal wordt op minimaal 3 meter van een elektriciteitskast geplaatst;
Een laadpaal wordt op minimaal 1 meter van het MS-net geplaatst;
Een laadpaal wordt niet boven de buizen van de stadsverwarming, gastransport en riolering geplaatst. Een laadpaal wordt veilig opgesteld waarbij de minimale afstand vanaf stoeprand +/- 45 cm is;
**4..** De locatie voldoet aan de volgende criteria met betrekking tot installatie en onderhoud:
Een laadpaal wordt binnen 25 meter van een laagspanningskabel (LS-net) geplaatst;
Een laadpaal wordt niet boven kabels en leidingen geplaatst;
Een laadpaal wordt zo veel als mogelijk aan dezelfde kant van de weg als de laagspanningskabel (LS-net) geplaatst;
Een laadpaal wordt niet in het gras geplaatst, niet zijnde een groenstrook met beplanting;
Bij het installeren wordt beschadiging van boomwortels voorkomen;
Laadpalen worden niet geplaatst op een schuin talud.
**5..** De locatie voldoet aan de volgende eisen met betrekking tot gebruiksvriendelijkheid en veiligheid te voldoen:
De doorgang van het trottoir is na plaatsing van de laadpaal meer dan 100 cm breed in verband de breedte van rolstoelen en rollators, uitstapstroken bij langsparkeren zijn daarvan uitgezonderd;
de aanrijdroutes van hulpdiensten worden vrijgehouden.
**6..** Om gebruiksvriendelijkheid en veiligheid van een laadpaal te bevorderen worden de volgende criteria gehanteerd:
Om struikelgevaar door kabels te voorkomen wordt bij het plaatsen een laadpaal zo dicht mogelijk bij de parkeervakken geplaatst;
Haakse en parallel gelegen parkeervakken hebben de voorkeur boven parkeervakken die schuin aan de weg zijn gepositioneerd;
Het belemmeren van de doorstroming van het overige wegverkeer, zoals langzame verkeersstromen wordt voorkomen;
Een snellader kan uitsluitend worden geplaatst in een gebied met een afwijkend parkeerregime zoals blauwe-zones, winkelstraten of andere locaties met een parkeerduurbeperking;
Een laadpaal wordt niet geplaatst voor een deur of een raam van een woonhuis. We hanteren de volgende oriëntatie ten opzichte van bebouwing, aflopend naar voorkeur:
Dichte muur zonder deur en ramen;
Zijkant van het huis of gebouw;
Voorkant van het huis of gebouw.
Een laadpaal wordt niet in de directe nabijheid van andere objecten in de openbare ruimte geplaatst, zoals bijvoorbeeld fietsenrekken, vuilcontainers en straatmeubilair, tenzij het laadpunt wordt gecombineerd met straatmeubilair;
Een laadpaal wordt geplaatst bij twee naast elkaar gelegen gereserveerde gehandicaptenparkeervakken of bij een gereserveerd gehandicaptenparkeervak en een naastgelegen parkeervak.
Een laadpaal wordt geplaatst bij twee naast elkaar gelegen gereserveerde autodeelplaatsen of bij een gereserveerde autodeelplaats en een naastgelegen parkeervak.
**7..** Lid 6, onderdeel g is uitsluitend van toepassing als de aanvrager over een gehandicaptenparkeerplaats beschikt.
Artikel 4
Locatiebepaling
Onderdeel van Nadere regels omtrent openbare laadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Nieuwegein 2024