Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 7

Draagkracht en inkomen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand gemeente Midden-Delfland 2025

1.. De draagkracht wordt vastgesteld met inachtneming van het inkomen als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van de wet. 2.. Er is geen draagkracht uit inkomen aanwezig wanneer het inkomen op het moment van de aanvraag lager ligt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 3.. Wanneer het inkomen hoger ligt dan gesteld in het tweede lid, dan wordt de draagkracht als volgt vastgesteld: Van de eerste € 1.500,00 per jaar boven 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt 10% aangemerkt als draagkracht. Van de volgende € 1.500,00 per jaar wordt 35% aangemerkt als draagkracht. Van al het meerdere wordt 50% aangemerkt als draagkracht. 4.. De draagkracht wordt vastgesteld op basis van het feitelijk besteedbaar inkomen in geval één of meer van de volgende situaties van toepassing is: Wsnp; beslaglegging; minnelijke regeling op grond van de WGS; inhouding inzake een bestuursrechtelijke premie. 5.. Onder feitelijk besteedbaar inkomen als genoemd in het vierde lid wordt verstaan het inkomen wat belanghebbende feitelijk te besteden heeft, na het voldoen van betalingen richting schuldeisers. 6.. Bij kostendelers wordt voor de berekening van de draagkracht uit inkomen de bijstandsnorm gehanteerd, die zou gelden indien er geen sprake zou zijn van kostendelers.

Rechtspraak bij dit artikel