**1..** De draagkracht wordt vastgesteld met inachtneming van het inkomen als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van de wet.
**2..** Er is geen draagkracht uit inkomen aanwezig wanneer het inkomen op het moment van de aanvraag lager ligt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**3..** Wanneer het inkomen hoger ligt dan gesteld in het tweede lid, dan wordt de draagkracht als volgt vastgesteld:
Van de eerste € 1.500,00 per jaar boven 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt 10% aangemerkt als draagkracht.
Van de volgende € 1.500,00 per jaar wordt 35% aangemerkt als draagkracht.
Van al het meerdere wordt 50% aangemerkt als draagkracht.
**4..** De draagkracht wordt vastgesteld op basis van het feitelijk besteedbaar inkomen in geval één of meer van de volgende situaties van toepassing is:
Wsnp;
beslaglegging;
minnelijke regeling op grond van de WGS;
inhouding inzake een bestuursrechtelijke premie.
**5..** Onder feitelijk besteedbaar inkomen als genoemd in het vierde lid wordt verstaan het inkomen wat belanghebbende feitelijk te besteden heeft, na het voldoen van betalingen richting schuldeisers.
**6..** Bij kostendelers wordt voor de berekening van de draagkracht uit inkomen de bijstandsnorm gehanteerd, die zou gelden indien er geen sprake zou zijn van kostendelers.
HOOFDSTUK 2
Artikel 7
Draagkracht en inkomen
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand gemeente Midden-Delfland 2025