**1..** De camera’s zijn geplaatst op vaste punten in en rondom het gemeentegebouw en zijn gericht op een vast punt of kunnen bewegen. De camera's die binnen in het stadhuis zijn geplaatst, kunnen niet op afstand worden bediend. De camera's buiten rondom het stadhuis kunnen op afstand van draairichting veranderen. De camera’s nemen geen geluid op.
**2..** De gemeente beschikt over een camera-overzichtsplan waarin de richtingen van de camera’s zijn beoordeeld in een DPIA en waarover de CISO en de FG hebben geadviseerd.
**3..** Bij het eventueel afwijken van dit plan, verandert de scope van de camera’s en worden de posities van de camera's, evenals de noodzakelijkheid en het doel, opnieuw beoordeeld door de Veiligheidscoördinator en de CISO en ter advisering aan de FG voorgelegd.
**4..** De FG adviseert over de nieuwe camera’s en eventueel de noodzaak van het uitvoeren van een nieuwe DPIA. Indien de wijzigingen dusdanig zijn dat er een DPIA noodzakelijk is, vindt er eerder een DPIA plaats dan de reguliere tweejaarlijkse DPIA.
**5..** Als op basis van de DPIA blijkt dat het gebruiksdoel van de camera’s zodanig verandert dat de noodzaak van een camera komt te vervallen, dan wordt de camera verwijderd. Ook kan het voorkomen dat het gebruiksdoel zodanig verandert dat het uitvoeren van cameratoezicht mogelijk niet meer rechtmatig is.
**6..** Wanneer een gebouw van functie verandert of op een andere manier wordt gebruikt, beoordeelt de Veiligheidscoördinator samen met de CISO het cameratoezicht. Ook vindt een dergelijke controle tweejaarlijks plaats om te beoordelen of een camera nog actueel en noodzakelijk is. Zie hiervoor hoofdstuk 4.
**7..** Dit Cameraprotocol wordt aangepast als daar op basis van de resultaten uit de DPIA aanleiding voor is.