Naar hoofdinhoud
1.. Schadevergoedingen voor zover die niet worden gebruikt voor het wegnemen van schade worden als middelen aangemerkt. 2.. Schadevergoedingen die zijn bedoeld voor compensatie van het verlies van arbeidsvermogen worden als middelen aangemerkt voor de periode waarop de vergoedingen betrekking hebben. 3.. Schadevergoedingen die zijn bedoeld voor hetzelfde als waarvoor algemene bijstand is of zal worden verleend worden als middelen aangemerkt. Hiervoor kan geen bijzondere bijstand worden verleend. 4.. Schadevergoedingen voor gederfde levensvreugde, zoals schending van eer en goede naam, discriminatie of een onterechte detentie, worden voor 30% als vermogen in aanmerking genomen voor zover het gaat om een bedrag dat hoger is dan € 3000,--. 5.. Schadevergoedingen die zijn bedoeld voor schade die blijvend van aard is, bijvoorbeeld letselschade, en invloed hebben op de verwachte uitstroom van een bijstandsgerechtigde uit de bijstand, wordt toegerekend aan de statistisch te verwachten resterende levensduur van die persoon, te rekenen vanaf het moment van ontstaan van de schade, en herleid tot een maandbedrag. Is dit bedrag lager dan 15% van de bijstandsnorm, geldend op het moment van ontstaan van de schade, dan wordt de schadevergoeding vrijgelaten. Is het bedrag hoger dan 15% van de voormelde bijstandsnorm dan wordt het meerdere vermenigvuldigd met het aantal maanden dat is gebruikt voor de herleiding in de eerste volzin. Het aldus verkregen bedrag is het deel van de schadevergoeding dat als vermogen in aanmerking wordt genomen.

Rechtspraak bij dit artikel