De burgemeester acht een hond hinderlijk, in de zin van artikel 2:23 APV, als er sprake is van een licht bijtincident. De burgemeester maakt dit aan de eigenaar of houder van de hond bekend en geeft de eigenaar of houder van de hond een waarschuwing.
De waarschuwing geldt zolang de hond in leven is en zal bij een herhaling van een bijtincident binnen een periode van twee jaar, leiden tot het gevaarlijk verklaren van de hond.
De burgemeester kan naast de waarschuwing een aanlijngebod opleggen of een andere passende maatregel voor het houden van de hond.
Het aanlijngebod geldt zolang de hond in leven is, met uitzondering van artikel 5.
De eigenaar of houder van de hond kan worden gevraagd maatregelen te treffen om incidenten te voorkomen. Hierbij valt te denken aan een goede afscheiding tussen openbaar terrein en privégebied of een waarschuwingsbord plaatsen bij het perceel.