**1..** De begroting en de jaarstukken geven volgens de normen die voor provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten.
**2..** In de programmabegroting worden de programma’s ingedeeld in de drie w-vragen:
Wat willen we bereiken?;
Wat gaan we daarvoor doen?;
Wat gaat dat kosten (lasten, baten, mutaties reserves, investeringen).
Zoals hierboven in artikel 3 lid 1 beschreven, wordt vanaf boekjaar 2025 de begroting op programmaniveau opgesteld met als aparte bijlage nadere informatie op beleidsdoelniveau.
**3..** Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de investeringen in activa per categorie het benodigde investeringsbudget weergegeven en de raming van de uitputting over de (meerjaren)begroting.
**4..** De begroting en de jaarstukken bestaan uit een beleidsmatig deel, zijnde het jaarverslag, en een financieel deel, zijnde de jaarrekening.
**5..** De verantwoording bestaat uit:
de programmaverantwoording met de realisatie van de programma’s;
per programma inzicht in de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd, toegelicht aan de hand van prestatie-indicatoren en de wijze waarop getracht is de beoogde effecten te bereiken, en per programma de gerealiseerde baten en lasten;
een overzicht van de prestatie-indicatoren waarvan afgeleid kan worden welke prestaties zijn bereikt en de wijze waarop en hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen;
de paragrafen.
**6..** De jaarrekening bestaat uit:
de balans;
het overzicht van baten en lasten (per programma);
diverse toelichtingen op, en bijlagen bij de hiervoor vermelde onderdelen conform het BBV. Onder andere incidentele baten en lasten (grensbedrag van € 500.000 per afzonderlijke begrotingspost), investeringskredieten, wet normering bezoldiging topfunctionarissen, specifieke uitkeringen en het overzicht op taakvelden;
de rechtmatigheidsverantwoording.
**7..** Jaarlijks worden in de begroting de indexeringen opgenomen, de actuele raming van de personeelslasten en de meicirculaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tenzij Provinciale Staten anders beslissen. De budgetten en tarieven van de provincie Utrecht worden op vier verschillende manieren geïndexeerd:
de percentages van prijscompensatie voor structurele budgetten aan derden zijn gebaseerd op de gemaakte contractuele afspraken;
overige materiële uitgaven worden, indien Provinciale Staten besluit te indexeren, geïndexeerd volgens de Index Materiele Overheidsconsumptie (IMOC van het CPB);
tarieven (van onder meer de Opcenten motorrijtuigenbelasting) worden, indien Provinciale Staten besluit te indexeren, geïndexeerd volgens de Consumentenprijsindex (CPI van het CPB);
het Meerjaren Investerings Plan wordt geïndexeerd op basis van de prijsindex voor grond-, weg- en waterbouw (GWW); en
de Meerjaren Onderhouds Plannen worden geïndexeerd op basis van de gemiddelde prijsstijging van de bruto investeringen van de collectieve sector (IBOI van het CPB). (*)
Indexatie bruto overheidsinvesteringen
HOOFDSTUK 2
Artikel 4