Vanwege sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen kan er aanleiding zijn om een uitzondering te maken op de algemene regel ‘inbreiding voor uitbreiding’, mits het verlies van ecologisch en landschappelijk kapitaal in voldoende mate wordt gecompenseerd. Bij toepassing van de KGO zijn de bepaling over ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsverordening van toepassing, dit wordt gezien als een basisinspanning.
Onder het toepassingsbereik van de KGO vallen onder andere de volgende gevallen:
Nieuwe verblijfsrecreatieve bedrijven en complexen;
Uitbreiding van bestaande verblijfsrecreatieve complexen;
De bouw van nieuwe woningen;
Nieuwe bouwlocaties voor bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden;
Grootschalige uitbreiding van bestaande locaties voor niet-agrarische bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden;
Hergebruik van vrijkomende agrarische bouwpercelen, waarbij de nieuwe functie vraagt om ingrijpende aanpassing van bestaande bebouwing en bestaande erfinrichting;
Het vab-beleid, waarbij gezocht wordt naar nieuwe functies voor voormalige agrarische bebouwing om karakteristieke bebouwing voor de Groene Omgeving te behouden en kapitaalvernietiging tegen te gaan, onder de werking van de kwaliteitsimpuls.
De regeling stelt als eis dat onderbouwd wordt dat er een evenwicht is tussen het toevoegen van rood en de investering in ruimtelijke kwaliteit.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.6
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)
Onderdeel van Ruimtelijke Ontwikkelingen in het buitengebied 2024