Naar hoofdinhoud
1. . De subsidie voor peuterplaatsen en/of peuterplaatsen met VVE moet uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2. . De aanvraag gebeurt via een door het College vastgesteld aanvraagformulier. De aanvraag dient in ieder geval een reële inschatting te bevatten van het aantal uren te leveren regulier peuterwerk zonder KOT en/of VVE peuterwerk per locatie, verdeeld over de volgende categorieën: peuters waarvan de ouders kinderopvangtoeslag ontvangen; peuters met een VVE−indicatie waarvan de ouders kinderopvangtoeslag ontvangen; peuters waarvan de ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen; peuters met een VVE−indicatie waarvan de ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen. verwachte percentage KOT en Niet−KOT van het aantal VVE peuters van de totale organisatie en de gemiddelde te verwachten ouderbijdrage voor regulier zonder KOT en voor VVE. 3. . De houder overlegt tevens: een onderbouwde berekening van de aan te vragen subsidie, het uurtarief en de gemiddelde te verwachten ouderbijdrage per categorie; een (VVE) pedagogisch beleidsplan of VVE pedagogisch beleidsplan met daarin aandacht voor omvang en samenstelling gesubsidieerde groepen, wijze waarop ontwikkeling kind wordt gevolgd, warme overdracht en doorgaande lijn overleggen, ouderbetrokkenheid en evaluatie en bijstelling; een opleidingsplan; het LRK nummer. 4. . Een beschrijving van verdeling van de uren die aangeboden worden binnen de subsidie. 5. . Bij een éérste subsidieaanvraag wordt ook overlegd: de statuten of het reglement van de instelling; de laatste jaarrekening en het laatste verslag van de activiteiten; een uittreksel van de Kamer van Koophandel. 6. . Houders die gedurende het boekjaar aan de kwaliteitsvoorwaarden van deze regeling voldoen en voor een éérste maal een subsidieaanvraag willen indienen kunnen lopende het kalenderjaar een subsidieaanvraag indienen.

Rechtspraak bij dit artikel