Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.2

Afwegingsfactoren gebruikelijke hulp

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Urk 2025

4.2a lid 2 Verordening Voor de beoordeling of ouders de gebruikelijke hulp kunnen bieden bepaalt de verordening twee afwegingskaders: de opvoedkundige capaciteiten van ouders; de beschikbaarheid van ouders rekening houdend met acute omstandigheden die zich kunnen voordoen. Ad. 1 Opvoedkundige capaciteiten Beschikken ouders niet over (voldoende) capaciteiten om de gebruikelijke hulp te bieden aan de jeugdige, dan kan dat ook niet van hen worden verwacht. Denk bijvoorbeeld aan ouders met LVB-problematiek. De gemeente kan gebruik maken van bijlage 3 Aandachtspunten ouderschap en bijlage 4 Ouder gerelateerde aandachtspunten bij deze beleidsregels. In het geval van onvoldoende opvoedkundige capaciteiten wordt beoordeeld of een vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening een passende oplossing kan bieden. En zo niet, of hulp-op-maat is aangewezen. En zo ja, welke. Het zal in de praktijk gaan om ouders instrumenten in handen te geven waardoor zij in staat worden gesteld invulling te geven aan hun zorgplicht. Ad. 2 Beschikbaarheid De beschikbaarheid van ouders voor de gebruikelijke hulp aan de jeugdige kan worden vergeleken met ouders en hun kinderen zonder behoefte aan jeugdhulp. Bij gebruikelijke hulp gaat het immers om normale oudertaken rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau. De problemen die kunnen ontstaan bij de zorg en opvoeding zullen (alle) ouders, ongeacht het hebben van kinderen met jeugdhulpproblemen, zelf het hoofd moeten bieden door bijvoorbeeld: herverdeling van oudertaken; oplossingen te zoeken binnen het sociaal netwerk, waaronder ook volwassen inwonende huisgenoten kunnen vallen; gebruik te maken van verlofmogelijkheden van de Wet arbeid en zorg (werkende ouders). Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Acute situatie Er kan zich een acute situatie voordoen waardoor ouders, ondanks de feitelijke beschikbaarheid, toch tijdelijk niet in staat zijn om de gebruikelijke hulp te bieden. Denk bijvoorbeeld aan het plotseling overlijden van een ouder (partner) of een echtscheiding. In deze gevallen kan er feitelijk tijdelijk geen draagkracht zijn.

Rechtspraak bij dit artikel