Artikel 6.3.1 lid 5 onder a van de Verordening bepaalt dat de professional (organisatie of Zzp’er) aan wie het pgb wordt besteed, moet voldoen aan de eisen die gelden voor de jeugdhulpaanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd. Dat is alleen anders als die eisen alleen te maken hebben met het contract met de gemeente over bijvoorbeeld kritische prestatie-indicatoren of rapportageverplichtingen. Zie ook 6.13.3 van deze beleidsregels. In de begrippenlijst van de Verordening staan de begripsbepalingen van een professionele organisatie en Zzp’er. Daaruit blijken ook de eisen waaraan een professional moet voldoen. Het gaat daarbij vooral om de inhoudelijke kwaliteit om de vastgestelde resultaten te behalen, zoals de vakbekwaamheid en het werken volgens effectief interventies. Zie 4.11 van deze beleidsregels (effectief bewezen interventies). Voor iemand uit het sociaal netwerk (of de ouders) ligt dat anders. Zo gelden voor hen niet de opleidingseisen en/of registratie eisen (SKJ of BIG). Wel geldt de eis dat een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) moet worden overlegd, behalve als het de eigen ouder(s) betreft. Het spreekt voor zich dat ouders en mensen uit het sociaal netwerk in staat moeten zijn om de noodzakelijke hulp-op-maat te kunnen bieden.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.13
Artikel 6.13.1
Kwaliteitseisen
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Urk 2025