In artikel 6.3.1 van de Verordening staat dat besteding van het pgb aan iemand uit het sociaal netwerk (ook de ouders) is begrensd. Het pgb mag alleen aan hen worden besteed als dit volgens de gemeente leidt tot betere en effectievere hulp en die doelmatiger is. Het ligt op de weg van de jeugdige en/of ouder(s) om dat aan te tonen. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit de motivering in het Budgetplan en het gesprek dat de gemeente daarover voert met ouders of jeugdigen. Een onafhankelijke cliëntondersteuner kan bij dat gesprek aanwezig zijn.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.6
Artikel 6.6.1
Voorwaarden Verordening
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Urk 2025