De budgethouder kan een vertegenwoordiger hebben. Dat is een persoon of rechtspersoon die hem vertegenwoordigt als de budgethouder niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. Eenvoudig gezegd: de budgethouder zelf is niet pgb-vaardig. Bij een vertegenwoordiger kan het gaan om iemand die door de budgethouder gemachtigd is of een wettelijke vertegenwoordiger die is aangesteld door de rechtbank (bewindvoerder of mentor). De gemeente moet dan vaststellen of de vertegenwoordiger pgb-vaardig is (zie verder hierna).
Bewindvoerder
Met de aanstelling van een bewindvoerder is het risico dat het pgb niet besteed zal worden aan de daarvoor bestemde doelen voldoende ondervangen. Bewind gaat immers over vermogensrechtelijke handelingen. Het spreekt voor zich dat de gemeente niet bevoegd is een oordeel te geven of de bewindvoerder de taken uit hoofde van de bewindvoering op juiste wijze uitvoert. Maar de gemeente zal wel moeten vaststellen of de bewindvoerder de (andere) taken die aan het pgb zijn verbonden op juiste wijze uitvoert. Denk bijvoorbeeld aan het aansturen en aanspreken van de jeugdhulpverlener (of iemand uit het sociaal netwerk) en het evalueren van de geboden jeugdhulp.
Mentor
Een mentor behartigt de niet-vermogensrechtelijke belangen van bijvoorbeeld ouders of jeugdigen. Een mentor kan zonder verdere machtiging een aanvraag doen maar is (zonder machtiging van ouders of jeugdigen) niet bevoegd om het pgb-beheer (vermogensrechtelijke handelingen) uit te voeren.
Belang van de budgethouder
De vertegenwoordiger mag alleen handelen in het belang van de budgethouder en dus niet ook zijn eigen belang dienen. Een vertegenwoordiger zorgt er feitelijk voor dat (namens) de budgethouder de verplichtingen die aan het pgb zijn verbonden ook daadwerkelijk worden nagekomen; hij biedt de budgethouder gewaarborgde hulp. Dat is van belang omdat de gevolgen van het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen in principe voor rekening en risico van de budgethouder komen. Denk aan de weigering van een pgb, het intrekken van het recht op pgb of de terugvordering van een ten onrechte of tot een te hoog bedrag betaald pgb.
Gewaarborgde hulp
Blijkt uit onderzoek dat de vertegenwoordiger de gewaarborgde hulp niet kan bieden of daar tenminste twijfels over bestaan, dan zal de gemeente de jeugdige of zijn ouder(s) in de gelegenheid moeten stellen om een andere vertegenwoordiger te machtigen die in staat is de pgb-vaardigheid op zich te nemen. Lukt dat niet, dan zal de gemeente het pgb weigeren en hulp-op-maat in natura verlenen.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.7
Artikel 6.7.1
Hulp bij pgb-vaardigheid
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Urk 2025