In de huidige situatie is bij circa 3.700 woningen de geluidbelasting hoger dan de plandrempel (65 dB Lden en 55 dB Lnight) als gevolg van gemeentelijke wegen. Dit zijn de zogenaamde knelpunten waarbij locatiespecifiek onderzoek wordt uitgevoerd. De knelpunten samen vormen 22 hotspots. Dit zijn de zogenaamde knelpuntlocaties. De knelpuntlocaties zijn weergegeven in de volgende figuur.
Figuur 1 overzicht met knelpuntlocaties
Bij de wegvakken waaraan deze knelpuntlocaties liggen willen we maatregelen gaan toepassen. Bij de keuze van maatregelen wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:
Bronmaatregelen
Overdrachtsmaatregelen
Maatregelen bij de ontvanger
Bronmaatregelen
Bronmaatregelen zijn maatregelen die het ontstaan van geluidhinder voorkomen of beperken. Een veel toegepaste bronmaatregel is het aanleggen van een geluidreducerend wegdektype. Hierdoor wordt het geluid dat vrijkomt via de banden gereduceerd. Ook een snelheidsverlaging is een bronmaatregel. Hiermee wordt niet alleen het bandengeluid gereduceerd maar bij lage snelheden ook het motorgeluid.
In eerste instantie werd gedacht dat door de groei van het aantal elektrische auto’s de geluidoverlast ook zou afnemen. Recente studies laten zien dat dit effect minder sterk is dan in eerste instantie gedacht. De reden hiervoor is dat de (elektrische) auto’s vaak groter en zwaarder zijn. Hierdoor worden de banden van de auto’s ook breder en neemt het bandengeluid toe. Alleen bij hele lage snelheden (lager dan 30 km/uur), zijn elektrische auto’s duidelijker stiller.
Fysieke maatregelen aan banden, motoren en uitlaten van motorvoertuigen, om daarmee de geluidemissie te verlagen, kunnen gemeenten niet uitvoeren. Wél werkt de gemeente aan een mobiliteitstransitie. Via de mobiliteitstransitie krijgen de voetganger en fietser meer prioriteit. Ook wordt het gebruik van het openbaar vervoer en deelmobiliteit gestimuleerd met bijkomend voordeel dat er minder voertuigbewegingen zijn die zorgen voor geluidoverlast.
Overdrachtsmaatregelen
Zijn bronmaatregelen (redelijkerwijze) niet mogelijk of wenselijk, dan verdienen maatregelen tussen de geluidbron en de ontvanger de aandacht. Dit kan een geluidscherm of geluidwal zijn. Hierbij geldt de vuistregel: hoe dichter het geluidscherm of -wal bij de bron staat, hoe effectiever de maatregel. Langs drukke doorgaande wegen zijn geluidschermen of geluidwallen een optie om de geluidbelasting bij woningen te verlagen. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt, ruimtebeperking of vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid zijn niet overal schermen en wallen gewenst. Iedere overdrachtsmaatregel is maatwerk.
Ook de afstand tussen geluidbron en ontvanger (vaak woningen) vergroten is een overdrachtsmaatregel. In bestaand stedelijk gebied is hier niet altijd de benodigde ruimte voor.
Maatregelen bij de ontvanger
Mochten bron- en overdrachtsmaatregelen niet voor de gewenste geluidreductie zorgen dan kunnen (eventueel aanvullend) ook maatregelen bij de ontvanger worden toegepast. In een bestaande situatie is een maatregel bij de ontvanger vaak een geluidwerende voorzieningen aan de woning.
Knelpuntlocaties
De knelpuntlocaties worden zoveel mogelijk aangepakt door bronmaatregelen en werk-met-werk te maken. Dit betekent dat wordt aangesloten bij de keuzes uit het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, de onderhoudscyclus van het wegbeheer en bij herinrichtingsprojecten. Hiermee wordt kapitaalvernietiging voorkomen. De knelpuntlocaties worden dus niet allemaal binnen de planperiode opgelost. Wanneer een knelpuntlocatie wordt aangepakt met een geluidreducerend wegdek zal dat niet alleen rondom de knelpuntlocatie zijn maar het gehele wegvak wordt dan van hetzelfde wegdektype voorzien. Er zullen dus meer woningen profiteren van de geluidreducerende maatregel.
Het effect van een geluidreducerend wegdektype is afhankelijk van het type wegdek. Er zijn gemodificeerde SMA-achtige varianten ontwikkeld die een geluidreductie van 1,5-2,5 dB hebben ten opzichte van standaard asfalt. Met een dunne deklaag kunnen geluidreducties van 2-4 dB worden bereikt. Welke asfalttype toegepast wordt hangt af van lokale situatie. Een dunne deklaag is bijvoorbeeld minder goed bestand tegen wringend verkeer en is dus minder goed toepasbaar bij wegvakken met veel kruispunten. Op een wegvak met wringend verkeer is het daarom beter om een SMA-achtige variant met geluidreducerende eigenschappen toe te passen.
Wanneer standaard asfalt wordt vervangen door gebakken klinkers dan is er geen geluidreductie maar een toename van het geluid. De toename kan 2 tot wel 5,5 dB zijn. Wordt standaard asfalt vervangen door geluidreducerende klinkers dan kan dat een geluidreductie tot 2 dB opleveren.
Het effect van snelheidsverlaging is afhankelijk van verschillende factoren. Grofweg kan worden gesteld dat bij behoud van hetzelfde wegdek het geluid afneemt met circa 3 dB als de snelheid wordt verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur of van 70 km/uur naar 50 km/uur. Mocht een snelheidsverlaging gepaard gaan met een ander wegdektype (bijvoorbeeld gebakken klinkers) dan is er mogelijk geen geluidreductie. Een snelheidsverlaging heeft in het algemeen ook positieve effecten op de verkeersveiligheid en kan een positief effect hebben op de luchtkwaliteit.
Van de knelpuntlocaties uit Figuur 1 zijn bij een aantal knelpuntlocaties al maatregelen toegepast (deze maatregelen waren nog niet opgenomen in de geluidbelastingkaarten). Dit is het geval bij Reinier de Graafweg, Julianalaan en de Vrijenbanselaan. Bij de Reinier de Graafweg is geluidreducerend asfalt toegepast en een geluidscherm. Ook zijn bij geluidgevoelige functies geluidwerende voorzieningen toegepast. Bij de Julianalaan wordt op dit moment een geluidsanering uitgevoerd. Bron- en overdrachtsmaatregelen konden hier niet toegepast worden vanwege verkeerskundige en stedenbouwkundige bezwaren. Er is daarom gekozen voor maatregelen bij de woningen. Recent zijn hiervoor de benodigde omgevingsvergunningen verleend. Naar verwachting kunnen de maatregelen in 2025 worden uitgevoerd. Bij de Vrijenbanselaan is een geluidreducerend wegdek toegepast.
In de planperiode 2025-2028 wordt naar verwachting de volgende knelpuntlocaties aangepakt: Oostpoortweg/Oostplein, Bonairestraat, Wateringsevest, Hugo de Grootstaat en R. de Beerenbrouckstraat.
Als bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn dat zal een nader onderzoek worden uitgevoerd. In sommige situaties zijn in het verleden al geluidwerend voorzieningen aan de woning toegepast of is sprake van een geluidluwe zijde. Bij de knelpuntlocaties rondom het Mijnbouwplein wordt tijdens de planperiode een onderzoek uitgevoerd. Naar verwachting zijn bron- en overdrachtsmaatregelen niet uitvoerbaar bij deze knelpuntlocaties. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan bepaald worden of bij de knelpuntlocaties maatregelen aan de woning nodig zijn. Hierbij wordt een analyse gemaakt van eventueel verleende hogere waarden geluid en de maatregelen die destijds zijn afgewogen.
Overig
Gedurende de looptijd van het Actieplan Geluid 2025-2028 zullen de al in gang gezette en, nog niet afgeronde maatregelen van het Actieplan Geluid 2020-2022, worden voortgezet en wordt aangehaakt bij generieke maatregelen, zoals elektrisch rijden en stedelijke distributie. Zie hiervoor ook paragraaf 2.2. Van deze generieke maatregelen wordt een geleidelijke structurele verbetering verwacht van de geluidkwaliteit in de stad, aanvullend op de effecten van de andere maatregelen.
Met het Actieplan Geluid 2025-2028 is het niet mogelijk om alle knelpunten op te lossen. Voor verdere reductie van de geluidbelastingen en het percentage gehinderden, zijn ook maatregelen nodig die buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen. Gedacht kan worden aan stillere banden. Deze maatregelen zijn ook beschikbaar, maar kunnen – zoals gezegd – niet door de lokale overheid worden afgedwongen, hooguit worden bepleit. Wat dan ook gebeurt.
Monitoring
Met de invoering van de Omgevingswet is ook een monitoringsverplichting voor het geluid van gemeentelijke wegen ingevoerd. Dit betekent dat de gemeente de basisgeluidemissie (BGE) van de wegen die zij in beheer heeft gaat vastleggen. Het basisjaar dat gebruikt moet worden is uiterlijk 2026. Vervolgens moet de gemeente eens in de vijf jaar de optredende geluidproductie vergelijken met BGE uit 2026. Deze verplichting zal in uitvoering gekoppeld kunnen worden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de EU-richtlijn Omgevingslawaai omdat veelal dezelfde informatie benodigd is. Daarnaast kunnen maatregelen die in het kader van de monitoring van de BGE worden afgewogen in het Actieplan Geluid worden behandeld.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.2
Spoor 2: fysieke geluidmaatregelen (locatiespecifieke maatregelen)
Onderdeel van Geluidbeleid