De Omgevingswet vormt de basis voor regelgeving over de fysieke leefomgeving. In 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en een ministeriële regeling is de Omgevingswet verder uitgewerkt. De 4 AMvB’s zijn het Omgevingsbesluit, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Het Bkl bevat instructieregels voor nieuwe ontwikkelingen in de leefomgeving. De instructieregels zijn de normen en bijbehorende regels die gelden voor de overheid bij het vaststellen van bijvoorbeeld omgevingsprogramma's, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen. Het Bkl bevat onder meer normen en regels voor geluid. Deze normen en regels geven duidelijk aan welke afwegingsruimte de overheid heeft. Sommige instructieregels zijn namelijk dwingend: daaraan moet worden voldaan. Maar er zijn ook veel regels waar beleidsvrijheid voor geldt.
Geluidnormen
In het Bkl zijn geluidnormen opgenomen voor weg- spoor- en industriegeluid in de vorm van standaardwaarden. Deze standaardwaarden zijn van toepassing op nieuwe situaties en gelden dus niet voor bestaande situaties18Voor bestaande situaties is deel A van dit Geluidbeleid van toepassing.. Hieronder is weergegeven wat de standaardwaarden zijn voor deze geluidbronnen.
Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Rijkswegen en provinciale wegen
50 dB Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen
53 dB Lden
Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen
55 dB Lden
Industrieterreinen
50 dB Lden / 40 dB Lnight
De geluidregels in het Bkl zijn in principe gericht op het geluid van elke geluidbronsoort afzonderlijk, zodat er niet verschillende instanties verantwoordelijk zijn voor het naleven van één gezamenlijke geluidbron. Het geluid van een geluidbronsoort is de belasting door de bronsoort als geheel. Bij gemeentewegen bijvoorbeeld, gaat het om het geluid als gevolg van het verkeer op alle relevante gemeentewegen. Daarbij wordt alleen gekeken naar de wegen die daadwerkelijk bijdragen aan het geluid op dat gebouw.
Beleidsruimte: afwijken van de geluidnormen
Voldoen aan de standaardwaarde is het uitgangspunt. Onder de standaardwaarde is de kans op gezondheidsschade klein. Toch kan het soms wenselijk en nodig zijn om ook geluidgevoelige gebouwen te bouwen op locaties waar de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde. De wet geeft een bepaalde mate van beleidsvrijheid om hogere geluidbelasting dan de standaardwaarde toe te staan.
Het afwijken van de geluidnorm mag onder voorwaarden tot aan de grenswaarde. In de volgende tabel is per geluidbronsoort weergegeven wat deze grenswaarden zijn.
Geluidbronsoort
Grenswaarde
Rijkswegen en provinciale wegen
60 dB Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen
70 dB Lden
Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen
65 dB Lden
Industrieterreinen
55 dB Lden / 45 dB Lnight
Het Bkl kent nog een aantal uitzonderingsgevallen waar een hogere grenswaarde is toegestaan. Hiervoor gelden aanvullende voorwaarden. Meer informatie hierover staat in paragraaf 3.4.5 beschreven.
Het bevoegd gezag kan alleen onder voorwaarden afwijken van de geluidnormen. De wettelijke voorwaarden (uit het Bkl) voor het afwijken van de geluidnorm zijn in ieder geval:
Er moet onderzoek worden uitgevoerd naar maatregelen die het geluid kunnen beperken. Zie ook paragraaf 3.4.1 over hoe hier invulling aan gegeven moet worden.
Om de gezondheid te beschermen moet het belang van een geluidluwe zijde worden betrokken. Zie ook paragraaf 3.4.2 over hoe hier invulling aan gegeven moet worden.
Het gecumuleerde geluid moet aanvaardbaar zijn.
Bij het afwijken van de geluidnormen worden negatieve gezondheidseffecten dus geaccepteerd. Om onze inwoners te beschermen voor de negatieve gezondheidseffecten van geluid worden daarom naast de wettelijke voorwaarden ook aanvullende voorwaarden gesteld.
Overige geluidregels
Voor overige geluidbronnen zoals stemgeluid, activiteiten, evenementen en (mobiele) installaties kent het Bkl geen geluidnormen maar moet dit wel worden beoordeeld bij het toestaan van ruimtelijke initiatieven.
Naast geluidregels die gelden voor ruimtelijke initiatieven zijn er ook geluidregels die gelden voor bouwwerken, (bedrijfsmatige) activiteiten, openbare ruimte (waaronder ook evenementen en festiviteiten), enz. Deze regels worden hier niet behandeld, omdat het voorliggende beleid zich hier niet op richt maar op ruimtelijke initiatieven in de fysieke leefomgeving.