Naar hoofdinhoud
Indien geen van de leden van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Indien een lid van het college bij het nemen van een besluit om een stemming vraagt, wordt mondeling gestemd, tenzij lid 3 of 4 wordt toegepast. Indien bij een stemming de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen bij de tweede stemming opnieuw over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter. Indien een lid van het college dat verlangt, wordt bij het nemen van een besluit over een benoeming, voordracht of aanbeveling van personen gestemd met gesloten en ongetekende briefjes. Indien daarbij de stemming beperkt is tot een persoon en de stemmen staken, beslist het lot. Indien in de overige gevallen bij een eerste stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een tweede stemming plaats tussen de twee personen die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Zijn bij die eerste stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de tweede stemming zal plaatshebben. Indien bij de tussenstemming of bij de tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot. Indien sprake is van een schriftelijke vergadering zoals van toepassing in artikel 3, lid 3, wordt schriftelijk gestemd in de vorm van een parafenbesluit. Een parafenbesluit komt tot stand als alle leden van het college aangeven dat bespreking in de collegevergadering niet nodig is en een meerderheid van de leden van het college voor akkoord parafeert. Direct na het plaatsen van de laatste paraaf dateert de secretaris het parafenbesluit. Het parafen-besluit wordt geacht te zijn genomen op de datum van de dagtekening door de secretaris. Het parafenbesluit wordt vermeld op een besluitenlijst en gedateerd op de datum als genoemd onder b. De besluitenlijst wordt vastgesteld in de eerstvolgende collegevergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel