Commissie van Aartsen
Commissie van Aartsen heeft 10 adviezen gegeven ter verbetering van de kwaliteit en robuustheid van omgevingsdiensten (rapport “Om de Leefomgeving”). Het Interbestuurlijk Programma Verbetering VTH-stelsel geeft invulling aan deze adviezen:
Pijler 1: robuustheid en kwaliteit omgevingsdiensten (criteria, advisering op Omgevingsplannen)
Pijler 2: Bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging (Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht)
Pijler 3: Informatievoorziening (informatie gestuurd werken en uitwisseling data)
Pijler 4: Kennisinfrastructuur (arbeidsmarkt en gekwalificeerd personeel)
Pijler 5: Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving (uniformering risicoanalyses en planning, mandaten)
Pijler 6: Monitoring kwaliteit milieutoezicht (waaronder visitatie)
Het ROK VTH sluit waar mogelijk aan bij deze ontwikkelingen.
Uitvoeringsniveau
Het ROK VTH is het vervolg op het huidige ROK VV en het huidige ROK TH, zie ook paragraaf 2.1. Op de gelegde basis wordt verder voortgeborduurd. In het ROK VTH wordt het regionale uitvoeringskader vastgelegd, zodat aan de wettelijke vereisten van het Omgevingsbesluit wordt voldaan. Het is voor elke deelnemer mogelijk dat zij (op basis van lokaal beleid) extra inzet vraagt voor lokale prioriteiten en doelen. Dit zijn aanvullende opdrachten boven op het ROK VTH.
Kwaliteitscriteria
Er gelden kwaliteitscriteria voor VTH. De kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor VTH-taken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) hebben hiertoe een modelverordening opgesteld. Een van de doelstellingen voor het bundelen van omgevingsrecht regels in de Omgevingswet is om de dienstverlening door overheden te verbeteren. Het realiseren van de verbeter- en maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheden. Het vraagt om een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit. Afdeling 18.3 van de Omgevingswet biedt de grondslag voor de kwaliteitsbevordering van de uitvoering en handhaving. Er zijn regels over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Belangrijke instrumenten voor de borging ervan:
Verordening kwaliteitscriteria: modelverordening kwaliteit VTH (eind 2021 geactualiseerd);
omschrijving Kwaliteitscriteria VTH: Kwaliteitscriteria 2.3, Deel B (2022);
competentieprofielen VTH: Kwaliteitscriteria 2.3 Deel D (2022);
inzake monitoring en rapportage is het van belang om:
relevante prestatie-indicatoren te definiëren;
de wijze van registratie en terugkoppeling vast te leggen;
periodieke rapportages over activiteiten en het bereiken van doelen te overleggen;
de rapportage te evalueren en bijstellen van beleid.
Deze instrumenten zijn onderdelen van de PDCA-cyclus (plan-do-check-act) en de big-8 gedachte. Het ROK VTH is ook een onderdeel van de gezamenlijke PDCA-cyclus voor de regio. Ten aanzien van de inhoudelijke kwaliteit hanteren we een aantal uitgangspunten. Wij werken aan een level playing field en we werken risicogericht en informatiegestuurd in een context van vergunningen- en handhavingsbeleid. We prioriteren en programmeren vanuit branchegebonden risico’s, beleidsmatige speerpunten en landelijke problematieken. Dit op een uniforme wijze voor alle gemeenten.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.4
De uitgangspunten bij de ontwikkeling van dit ROK VTH
Onderdeel van Regionaal operationeel kader milieutoezicht en handhaving 2025-2028