**1..** De definities in artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel, tenzij daarover in lid 2 anders is bepaald.
**2..** In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
De gemeente c.q. het bestuursorgaan:
hiermee worden de burgemeesters, onderscheidenlijk het college van burgemeesters en wethouders van de Waddeneiland-gemeenten te weten Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog bedoeld tenzij deze beleidsregel aanleiding geeft specifiek een/meerdere gemeente(n) apart te benoemen;
hiermee worden de Waddeneilanden bedoeld, zowel het bestuursorgaan als - wanneer van toepassing - de rechtspersoon met een overheidstaak..
Bibob-vragenformulier: een formulier gebaseerd op de regeling (januari 2024) als bedoeld in artikel 7a lid 5 van de Wet Bibob.
Rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente;
RIEC: het Regionaal informatie- en expertisecentrum, het regionaal samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 28 lid 2 onder d van de Wet Bibob.
Texel: RIEC Noord Holland
Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog: RIEC Noord Nederland
Landelijk Bureau Bibob (LBB): het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob.
De Wet Bibob: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).
Bibob-register: Landelijk systeem vallend onder het Ministerie van Veiligheid en Justitie, waarin zijn geregistreerd:
alle adviezen van het LBB niet ouder dan 5 jaar;
alle genomen besluiten en/of afgebroken Bibob-procedures niet ouder dan 5 jaar, genomen c.q. benoemd door bestuursorganen binnen de toepassing van de Wet Bibob.
Zakelijk samenwerkingsverband:
Degene die in het eigen onderzoek is aangemerkt als:
leidinggevende van betrokkene;
zeggenschaphebbende over betrokkene;
vermogensverschaffer van betrokkene;
degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager is of zal worden vermeld op de beschikking die is aangevraagd of is gegeven;
degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene.