**1..** Voor vervoersvoorzieningen dient de inwoner twee gespecificeerde offertes aan te leveren. De inwoner doet zelf onderzoek naar de goedkoopst adequate voorziening. Het college stelt de tegemoetkoming/vergoeding vast op basis van de goedkoopst adequaat uitgebrachte offerte.
**2..** Het college kan een voorschot verstrekken.
**3..** De inwoner dient de aangekochte voorziening te verantwoorden door het overleggen van een factuur en een betalingsbewijs.
**4..** De kosten voor verzekering en onderhoud kunnen jaarlijks gedeclareerd worden aan de hand van een factuur en een betalingsbewijs.
**5..** Het college vergoedt na overleg van het betalingsbewijs de daadwerkelijk gemaakte kosten tot een maximum kostprijs of huurprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura.
**6..** De inwoner ontvangt een voorziening voor de duur van minimaal de afschrijvingstermijn van 7 jaar.
**7..** Vervoersvoorzieningen verstrekt in de vorm van een pgb kunnen worden teruggevraagd bij overlijden van de inwoner, het niet adequaat zijn van de voorziening of indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van de voorziening. De restwaarde van de vervoersvoorziening kan worden teruggevraagd en wordt als volgt bepaald:
Bij overlijden of niet meer adequaat zijn van de voorziening of geen gebruik maken van de voorziening
Restwaarde als percentage van het verstrekte persoonsgebonden budget
Eerste jaar
85%
Tweede jaar
70%
Derde jaar
55%
Vierde jaar
40%
Vijfde jaar
25%
Zesde jaar
10%
Artikel 5.
Hoogte pgb vervoersvoorziening
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2025