Naar hoofdinhoud
1.. De gemeente stemt de boete af op de mate van verwijtbaarheid op grond van de volgende categorieën: maximaal 100% van het benadelingsbedrag bij opzet; maximaal 75% van het benadelingsbedrag bij grove schuld; maximaal 50% van het benadelingsbedrag bij normale verwijtbaarheid; maximaal 25% van het benadelingsbedrag bij verminderde verwijtbaarheid; 0% van het benadelingsbedrag bij geen verwijtbaarheid. 2.. Heeft de gemeente binnen 5 jaar voorafgaand aan het opleggen van een boete eerder een boete opgelegd uit dezelfde categorie, dan is de boete 150%. 3.. De gemeente volgt artikel 2 en 2a van het Boetebesluit Sociale Zekerheidswetten voor het berekenen van de boete en om de mate van verwijtbaarheid te beoordelen. 4.. De boete is niet hoger dan de fictieve draagkracht die de inwoner kan betalen in: 24 maanden bij opzet; 18 maanden bij grove schuld; 12 maanden bij normale verwijtbaarheid; 6 maanden bij verminderde verwijtbaarheid. 5.. De fictieve draagkracht is 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm plus 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm. 6.. Krijgt de inwoner opnieuw een boete, dan vermenigvuldigt de gemeente het aantal maanden genoemd in het vierde lid met 1,5.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel