Bij verkeersveiligheid is het van groot belang op welke wijze verschillende verkeersdeelnemers (gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers) elkaar tegen kunnen komen, de weg kunnen overzien en al dan niet een min of meer ‘vaste’ plaats op de weg hebben. Gescheiden wegdelen komen echter op Vlieland eigenlijk niet voor. De aanwezigheid van licht draagt bij aan overzichtelijke verkeerssituaties. Afhankelijk van de wegcategorie en de verkeerssituatie ter plaatse, kan het wenselijk zijn om alternatieve markering of verlichting toe te passen teneinde de verkeersveiligheid te bevorderen. Voor Vlieland geldt dat wij feitelijk alleen maar erf-toegangswegen type II hebben, waarbij geen markeringen zijn aangebracht en met fietsers op de rijbaan.
Bij de politie komen regelmatig meldingen binnen over de verkeersveiligheid. Over het algemeen betreffen dit meldingen over snelheid en plaats op de weg. Door het ontbreken van gescheiden wegdelen hebben de ongemotoriseerde verkeersdeelnemers het idee dat het gemotoriseerde verkeer op veel te hoge snelheid rijdt en onvoldoende ruimte laat. Dit leidt soms tot uitwijkmanoeuvres met valpartijen tot gevolg. Ook ontstaan er discussies tussen beide partijen over het gedrag. Meer verlichting zal hier niet een oplossing zijn, maar wellicht kan markering wel bijdragen tot een afname van meldingen en incidenten. De meldingen komen niet persé van één locatie maar van alle wegen. Door bijvoorbeeld het verplichte fietspad langs de havenweg is het voor de politie mogelijk weggebruikers te wijzen op hun plek op de weg en eventueel te handhaven. Een punt van aandacht zijn de witte stenen in de berm (o.a. Badweg) die zeer slecht zichtbaar zijn in het donker.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1.
Verkeersveiligheid
Onderdeel van Beleidsplan openbare verlichting ′Donker waar mogelijk, licht waar nodig′ versie 0.3 november 2020