Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Lichthinder en donkerte

Onderdeel van Beleidsplan openbare verlichting ′Donker waar mogelijk, licht waar nodig′ versie 0.3 november 2020

Duisternis is belangrijk voor mensen, dieren en planten. Teveel verlichting kan hinder of overlast veroorzaken en het bioritme verstoren. Daarnaast leidt lichthinder o.a. tot veranderingen in trek- en broedgedrag en in het zoeken naar voedsel. Een goed voorbeeld is de verstoring van aanvliegroutes van vleermuizen. Om lichthinder tot een minimum te beperken is het in de eerste plaats noodzakelijk de hoeveelheid verlichting terug te brengen en in de tweede plaats de hinder van verlichting te reduceren. In de afweging is dus van belang in hoeverre licht noodzakelijk is, welke alternatieven beschikbaar zijn en met welke technieken de lichthinder te beperken is. Op Vlieland is het al heel donker, en willen we duisternis behouden en fauna zo min mogelijk verstoren. Vermindering luchtvervuiling: In 2015 is de straatverlichting op de Havenweg in de omgeving van de veerdam vervangen door LED-verlichting, waarbij de lichtvervuiling langs de Waddenzee tot het minimum is gereduceerd. In het nieuwe fietspad zijn autonome LED-wegdekreflectoren die op zonnecellen werken aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel