Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.1

Piramidemodel

Onderdeel van Integrale Uitvoerings- en handhavingsstrategie Twenterand 2024-2028

De essentie van het Piramidemodel is dat we de mate van handhaving bepalen als gevolg van het gedrag van de overtreder en de bekendheid van de overtreder bij onze gemeente. We vinden daarbij het gesprek aan de voorkant belangrijk, zowel intern als extern. Extern betekent dat dat we aan de voorkant afwegen of een verkennend gesprek met de overtreder nodig is. Indien de overtreder niet in onze handhavingsdossiers voorkomt, zien we de meerwaarde van zo’n verkennend gesprek door na te gaan of de overtreder wist dat hij/zij een overtreding beging en waarom hij/zij de overtreding beging, maar ook in te schatten of de overtreder meewerkend genoeg is om de overtreding te beëindigen. Het interne gesprek, in de vorm van een organisatiebrede afstemming binnen VTH, heeft een meerwaarde om tijdens de procedure van vergunningverlening de inbreng van toezichthouders in de zin van handhaafbaarheid van voorschriften mee te nemen in de besluitvorming. Vandaar dat het Piramidemodel in principe de basis hoort te vinden in de ‘input/afstemmingspiramide,’ met een integraal afstemmoment aan de ‘afstemtafel’, zoals ook te zien is in het onderste deel van de piramide in bijlage 4. Het handhavingsinstrumentarium dat vervolgens ingezet moet worden, is afhankelijk van de laag van de piramide. In het overgrote deel van de lagen van de piramide wordt verwezen naar de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).

Rechtspraak bij dit artikel