Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2.

Evenwichtigheid

Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Scherpenzeel

Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt stelt dat sluiting van de woning, het lokaal en/of het daarbij behorende erf noodzakelijk is, dient zij zich ervan te vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is. Ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit dit Damoclesbeleid. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang. Voorbeelden zijn de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om na de sluiting weer van het pand gebruik te kunnen maken en/of de aanwezigheid van minderjarige kinderen. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig, bijvoorbeeld als de betrokkene een ernstig verwijt van de overtreding kan worden gemaakt of gezien de ernst en omvang van de overtreding. Een belangrijk element bij de beoordeling van de evenwichtigheid is de persoonlijke verwijtbaarheid van de betrokkene. Deze persoonlijke verwijtbaarheid is geen omstandigheid die een rol speelt bij de vraag of de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet als zodanig bestaat. Evenmin speelt persoonlijke verwijtbaarheid een rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van het pand noodzaakt.13ABRvS 24 maart 2010 ECLI:NL:RVS:2010:BL8721; ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3702. Hooguit bij het ontbreken van elke betrokkenheid bij de overtreding kan het afzonderlijk of tezamen met andere omstandigheden onevenwichtig zijn om een pand te sluiten. De toetsingsmaatstaf hierbij is dat de betrokkene geen verwijt van de overtreding kan worden gemaakt, als hij niet op de hoogte was en evenmin redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs in zijn pand. Daarbij geldt dat van degene die een pand verhuurt of in gebruik geeft wordt verwacht dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt. Dat houdt in dat concreet toezicht moet worden gehouden op het gebruik van een verhuurd pand en dat het niet genoeg is als het pand alleen maar wordt bezocht. Er moeten ook regelmatig controles worden uitgevoerd die zijn gericht op het gebruik van het pand.14ABRvS 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1143; ABRvS 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2462. Ook als echter de verwijtbaarheid ontbreekt, bijvoorbeeld omdat de betrokkene op een goede manier invulling heeft gegeven aan zijn zorgplicht, kan een sluiting toch op zijn plaats zijn omdat de belangen die daarmee zijn gediend zwaarder moeten wegen. 15 ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2605. De verwijtbaarheidsvraag is een andere toetsingsmaatstaf dan bij de beoordeling of iemand “functioneel dader” is (zie hiervoor onderdeel 2.3.2 van dit Damoclesbeleid).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel