Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4.5

Artikel 4.5.3

Vervangende woonruimte

Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Scherpenzeel

Het sluiten van een woning is zeer ingrijpend voor eventuele bewoners. Voor deze bewoners wordt normaal gesproken door of namens de gemeente geen vervangende woonruimte gezocht. Het is in de eerste plaats aan betrokkene(n) zelf om een vervangende verblijfplaats te vinden. Als dat niet lukt dan moet de betrokkene onderbouwen waarom hij/zij daartoe niet in staat was en welke pogingen hij/zij concreet heeft ondernomen. Dit kan bijvoorbeeld bij familie, vrienden of kennissen, dan wel via (particuliere) verhuurders, de woningcorporatie of makelaar zijn.30 ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2906. Dit laatste neemt niet weg dat van de burgemeester wordt verlangd dat zij nagaat of de betrokkene in staat is om een vervangende woning te vinden. Als dat niet het geval blijkt te zijn, dan mag van de burgemeester worden verlangd dat zij ondersteuning aanbiedt bij het vinden van een vervangend onderkomen. Dat gaat niet zover dat de burgemeester daadwerkelijk een vervangend onderkomen moet aanbieden. Betrokkenen hebben geen afdwingbaar recht op een andere, vervangende woning via de gemeente. 31Vgl. ABRvS 27 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2106.Als er minderjarige kinderen in het spel zijn mag van de burgemeester een verdergaande inspanning worden verlangd (zie paragraaf 4.5.1). De burgemeester moet zich er bijvoorbeeld van vergewissen in hoeverre de betrokkene een sociaal netwerk heeft dat hem/haar kan opvangen of dat er anderszins alternatieve woonruimte beschikbaar is. Als dat niet het geval blijkt te zijn, moet de burgemeester opties aanreiken voor betrokkene om een vervangend onderkomen te vinden. Dat kan een verwijzing inhouden naar Funda.nl, een afdeling binnen de gemeente, de woningcorporatie, verhuurmakelaars, maar in het uiterste geval ook naar de maatschappelijke opvang.

Rechtspraak bij dit artikel