Het Groenbeleidsplan uit 2009 ging uit van een zonering in 3 onderhoudsniveau ’s zoals in die tijd zeer gebruikelijk was, zie paragraaf 3.1. Omdat dit ook andere kennis vraagt van de medewerkers en daar niet op is geïnvesteerd, is de zonering in de praktijk niet goed van de grond gekomen. Het is voor een vakman (hovenier) onlogisch om een vak slechts half of minder schoonmaken, terwijl dit wel de bedoeling kan zijn van het gewenste beeld. In de praktijk zijn de in het oog springende vakken meer op niveau A onderhouden en de minder opvallende stukken soms lager dan B.
Het is niet wenselijk om het kwaliteitsniveau van het onderhoud terug te brengen tot niveau C of D. Dit ondermijnt eerdere inspanningen en leidt tot kapitaalsvernietiging. Het leidt tevens tot een toename van meldingen en overlast.
Voor de komende beheerperiode worden de volgende afspraken gemaakt:
Het zoneren van onderhoudsniveaus en sturen op beeldkwaliteit loslaten en sturen op frequenties (gezien de huidige financiële middelen, zie hoofdstuk 9) Hiermee ligt de verantwoording voor het resultaat bij de gemeente, maar kan wel gemakkelijker worden bijgestuurd op beschikbare middelen. Het streefbeeld is onderhoudsniveau B. (# snoeicycli en fasering op wijkniveau).
Het groenbeheer en het beheerbudget zijn gebaseerd op actuele data van de te beheren groen-arealen. Voor onbereikbare of illegaal in gebruik genomen percelen wordt na inventarisatie aanvullend beleid gemaakt hoe hier mee om te gaan. (# aanwijzen groene databeheerder en uitvoeren controleslag).
Hoofdstuk 7
Artikel 7.6
Gewenste beeld- en onderhoudskwaliteit
Onderdeel van Beleidsplan groenbeheer