Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 11.3

Maatregelen in verband met bescherming te handhaven bomen

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Vijfheerenlanden 2025

1.. Te treffen maatregelen ten behoeve van bescherming van bomen dienen te worden genomen conform de omschrijving op de Bomenposter (Normeninstituut), zie bijlage 4. 2.. Wanneer onder de kroon van te handhaven bomen gereden moet worden (uitsluitend na goedkeuring van de groenbeheerder) dient te alle tijde gebruik te worden gemaakt van rijplaten. 3.. Te handhaven bomen mogen niet worden gebruikt voor de bevestiging van stroppen, touwen, kabels, e.d. Ook mogen er in deze bomen geen draadnagels e.d. worden aangebracht. Tevens is het aanbrengen van markeringen op te handhaven bomen niet toegestaan. 4.. Te handhaven bomen beschermen tegen schade door het plaatsen van een bouwhek, hoog 2 m, in driehoeksverband, dan wel (indien dit naar oordeel van de groenbeheerder niet mogelijk is) een vrijstaande palissade van latten om de stam. 5.. Verlaging van het maaiveld binnen de wortelzone van te handhaven bomen is zonder toestemming van de groenbeheerder niet toegestaan. 6.. Verhoging van het maaiveld binnen de wortelzone van te handhaven bomen is zonder toestemming van de groenbeheerder niet toegestaan. 7.. Het verlagen van de grondwaterspiegel binnen de wortelzone van bomen die gehandhaafd blijven in het groeiseizoen (april tot december) de bomen minimaal 1 maal per dag watergeven. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van oppervlaktewater met voldoende zuurstof te worden gebruikt. 8.. Het inrichten van een werkterrein en/of opslaglocatie binnen de wortelzone van te handhaven bomen is niet toegestaan. Dat geldt ook voor grondopslag. 9.. Ontgravingen binnen de wortelzone van te handhaven bomen zo snel mogelijk dienen te worden aangevuld. 10.. Te handhaven beplanting, welke als gevolg van werkzaamheden aan de buitenlucht worden blootgesteld, moet zo snel mogelijk maar uiterlijk aan het einde van de werkdag, worden afgedekt met minimaal 0,05m uit het werk komend of door de aannemer te leveren zoet zand. 11.. De afwatering rondom bomen dient te alle tijden te worden gegarandeerd, zodat geen wateroverlast kan ontstaan. 12.. Het gebruik van machines die hoger zijn of kunnen zijn dan de onderkant van de kroon is niet toegestaan binnen de kroonprojectie.

Rechtspraak bij dit artikel