Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.8

Tijdelijk opschorten van de graaftoestemming

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Vijfheerenlanden 2025

1.. In geval van extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast, sneeuwval of ijzel en vorst), waarbij de uitvoering van de (graaf)werkzaamheden tot overlast voor de bewoners en/of schade voor de gemeente door bijvoorbeeld breuk van vastgevroren bestrating materiaal en/of niet goed te verdichten ondergrond leidt, kan de gemeente besluiten tot het tijdelijk opschorten van een verleende graaftoestemming (“opbreekverbod”). De graaftoestemminghouder en grondroerder zijn gehouden zich aan onderstaande te houden, ook al heeft de gemeente (nog) geen expliciete melding van een opbreekverbod gemaakt: Op het weerstation KNMI in De Bilt gelden de volgende condities: Om 07.00 uur een geregistreerde temperatuur van -4 ºC of lager; Om 10.00 uur een geregistreerde temperatuur van -2 ºC of lager; Om 07.00 uur een geregistreerde temperatuur tussen 1 ºC en -3 ºC en om 10.00 uur daaropvolgend een geregistreerde temperatuur van -1 ºC of lager. 2.. Het instellen en het opheffen van het opbreekverbod geschiedt door de GCKL. 3.. Indien netbeheerder en gemeente vooraf overeen komen dat, tijdens een opschortingsperiode zoals bedoeld in lid 1, reguliere werkzaamheden aan netwerken voor levering van gas, water en/of elektriciteit niet langer kunnen worden uitgesteld, kan de gemeente onder strikte voorwaarden een ontheffing voor het betreffende werk verlenen. Uitgangspunten hierbij zijn in ieder geval: De uitvoering van het werk mag niet leiden tot overmatige overlast voor omwonenden en het doorgaande verkeer; De uitvoering van het werk mag geen verdere afname van de (verkeers)veiligheid en bereikbaarheid veroorzaken; De uitvoering van het werk mag geen schade aan- of verminderde kwaliteit van naastliggende of kruisende belangen van de andere netbeheerders veroorzaken; Direct na het opheffen van het algemene opbreekverbod moet de ontheffing houder op zijn kosten zorgen voor het, naar genoegen van de gemeente, weer in oorspronkelijke staat (wegprofiel, verharding, verhardingselementen alsmede laagopbouw en verdichting van de ondergrond) brengen van de doorgraven openbare ruimte.

Rechtspraak bij dit artikel