**1..** De graaftoestemminghouder moet door middel van vastgelegde verdichtingsmetingen aan de GTKL aantonen dat de verdichting zoals aangegeven in de in dit hoofdstuk genoemde normen is bereikt. Per meting moet in ieder geval aan weerszijden van de grondroering twee referentiemetingen zijn genomen tot de diepte van de ontgraving en een doelmeting in de verdichte ontgraving in de as tussen de twee referentiemetingen.
**2..** Uitgangspunt is dat de verdichting van de geroerde grond in de sleuf gelijk is aan de bestaande dichtheid van de omringende ongeroerde grond, tenzij de gemeente ter plaatse vooraf aangeeft dat een RAW-bepaling van toepassing is. Langere tracés dan 30 meter mogen pas dicht gemaakt worden na akkoord GTKL.
**3..** De graaftoestemminghouder moet de verdichtingswaarden aan het begin en vervolgens iedere 50,00 strekkende meter sleuf alsmede bij ieder gemaakt montage-/lasgat meten en schriftelijk of elektronisch vastleggen. Deze gegevens moeten op verzoek van de GTKL onmiddellijk aan de gemeente ter beschikking worden gesteld. De graaftoestemminghouder moet een registratiesysteem aan leggen en onderhouden waaruit op verzoek de locatie en waarden van de metingen zijn te verkrijgen, voor de zowel de GCKL als de GTKL.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.3
Meten en registreren verdichtingsgraad geroerde grond
Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Vijfheerenlanden 2025