Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.5

Herstel bijzondere wegfundaties

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Vijfheerenlanden 2025

1.. Indien de wegverharding niet op zand maar op een fundatie is gelegd moet door de graaftoestemminghouder en/of grondroerder deze fundatie in minimaal dezelfde staat worden teruggebracht als aanwezig voordat de ontgraving werd uitgevoerd. Hiervoor kan het noodzakelijk zijn om nieuw beton of menggranulaat aan te voeren, dan wel cement toe te voegen aan het her te gebruiken granulaat. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het herstel van trottoirbanden die op beton zijn gefundeerd en wegfundatie met een infiltratiefunctie. 2.. Indien een sleuf door een voorziening voor infiltratie van regenwater (Wadi) of daarmee gelijkgestelde constructie wordt gegraven, dient na afloop van de (graaf)werkzaamheden door graaftoestemminghouder en/of grondroerder de gehele wadi constructie weer in de oorspronkelijke vorm, hoedanigheid en functionaliteit te worden hersteld. Indien noodzakelijk dient graaftoestemminghouder en/of grondroerder op haar kosten de gehele wadi opnieuw te construeren. 3.. Bij het graven van een sleuf in de lengterichting langs een gefundeerde weg dient minimaal een afstand van 0,50 meter tussen de rand van de sleuf en de rand van de wegfundering te worden aangehouden.

Rechtspraak bij dit artikel