**1..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening.
**2..** De maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt.
**3..** Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een andere (voorliggende) voorziening op grond van een wettelijke bepaling bestaat;
als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen. Indien het college in het specifieke geval noodzakelijk acht om de gevraagde voorziening vóór de melding toe te kennen, gebeurt dit met maximaal 3 maanden vanaf datum melding.
als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
als de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is, tenzij:
de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of;
de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten.
als de gevraagde voorziening nodig is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven tenzij:
de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of;
de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen;
als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan;
voor zover de cliënt op eigen kracht, (waaronder gebruikelijke hulp), met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen;
voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen, het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of algemeen gebruikelijke voorzieningen de beperkingen kan verminderen of wegnemen;
als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht;
als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is;
als de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; Het beleid dat een hulpmiddel financieel kan worden gedragen met een minimuminkomen als de kosten daarvan binnen een termijn van 36 maanden kunnen worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vond de rechtbank redelijk (ECLI:NL:RBDHA:2021:2084, ECLI:NL:RBDHA:2022:5272). Een tweedehands voorziening kan ook voldoen.
**4..** Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie;
als deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding;
als de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Koggenland;
een uitzondering op bovengenoemde artikelen wordt gemaakt wanneer het een mantelzorger van de cliënt betreft. Een mantelzorger kan in een andere gemeente wonen dan de cliënt. De mantelzorger kan voor een voorziening in aanmerking komen wanneer dat nodig is om de cliënt die ingezetene is van de gemeente Koggenland te ondersteunen.
**5..** Geen woonvoorziening wordt verstrekt:
als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de gelde wettelijke eisen;
Indien cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen;
Ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, recreatieverblijf, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt;
Voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt;
als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;
indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.
als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden
ten behoeve van specifiek op personen met beperkingen en ouderen gerichte voorzieningen in woongebouwen als niet voldaan wordt aan de geldende vereisten voor een dergelijke woning;
indien de cliënt met behulp van een door het college te verstrekken verhuisvergoeding naar een geschikte woning kan verhuizen en dit een adequatere en goedkopere oplossing is.
**6..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1500 kilometer op jaarbasis.
Artikel 9.
Voorwaarden en weigeringsgronden voor maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2025 gemeente Koggenland