Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Algemene regels voor het verlenen van een BOPA en begrippenlijst

Onderdeel van Afwijkingenbeleid Eemsdelta 2025

Er wordt geen omgevingsvergunning verleend voor een BOPA: Indien er geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; Indien er niet wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Begrippen: In deze regels wordt verstaan onder: Aan-huis-verbonden beroep: Een beroep dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten; Aan-huis-verbonden bedrijf: Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; Agrarisch bedrijf: Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; Antenne-installatie: Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; Bebouwde kom: Het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. De grens van de bebouwde kom wordt bepaald door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur; Bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; Bebouwingsgebied: Achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; Bedrijf: Het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen; Bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; Bedrijfswoning: Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; Bestaand: Een aanzien van de aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik: bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het planologisch beleid; Bijbehorend bouwwerk: Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; Bouw(perceel)grens: De grens van een bouwvlak, dan wel de grens in het omgevingsplan op grond waarvan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; Bouwperceel: Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; Bouwvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; Bouwwerk: Elke constructie van enige omvang, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; Buitengebied: Gebied zoals door de provincie vastgelegd in de vigerende provinciale omgevingsverordening; Duurzame ontwikkeling: een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen; Erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; Gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; Hoofdgebouw: Een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; Huishouden: Een alleenstaande, dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren waarbij er sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en waarbij de intentie bestaat om voor onbepaalde periode samen te wonen (kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen); Kamerverhuur/kamergewijze verhuur: Woonruimte welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen; Kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, niet zijnde een bouwwerk, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; Kangoeroewoning: een combinatie van twee of meer zelfstandige woningen onder één dak, waarbij elke woning een eigen voordeur heeft en er sprake is van onderlinge verbondenheid door middel van in ieder geval een tussendeur; Karakteristieke pand: gebouw of ander bouwwerk dat van cultuurhistorische waarde is en op grond daarvan planologisch is vastgelegd in het omgevingsplan; Ladder voor duurzame verstedelijking: Vanwege het zorgvuldig gebruiken van de beschikbare ruimte wordt beoordeeld of er echt behoefte aan een ontwikkeling of dat dit binnen het stedelijk gebied kan; Landschappelijke waarden: Waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied; Logies: Het bedrijfsmatig bieden van overnachtingsmogelijkheden aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben; Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; Omgevingsplan: Het gemeentelijk plan waarin regels voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen; Permanente bewoning: het gebruiken van een gebouw als hoofdverblijf, zijnde de vaste woon- en verblijfplaats, derhalve niet een adres is waar de bewoner tijdelijk verblijft; Provinciaal buitengebied: Gebied zoals door de provincie is in de vigerende provinciale omgevingsverordening; Recreatief verblijf: Verblijf wat plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie, niet zijnde bewoning in de vorm van wonen; Recreatiewoning: Een gebouw dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; niet bedoeld voor permanente bewoning; Site-sharing: het delen van antenne-opstelpunten; Splitsing: het toevoegen van een woning binnen een bestaand hoofdgebouw waarbinnen het gebruik van ruimten als woning is toegestaan, niet zijnde een recreatiewoning of een bedrijfswoning; Stedelijk gebied: Gebied zoals door de provincie vastgelegd in de vigerende provinciale omgevingsverordening; Tijdelijke bewoning: het gebruiken van een gebouw als tijdelijk verblijf, in de vorm van wonen; Versterkingsopgave: project van de Nationaal Coördinator Groningen waarbij wordt onderzocht of gebouwen veilig zijn voor aardbevingen ten gevolge van aardgaswinning in het gebied en herstel wordt gepleegd indien dit niet het geval is; Voorgevel: De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; Wonen: Het gehuisvest zijn van een huishouden in een woning/wooneenheid of ander daartoe bedoeld object; Woning: Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden voor permanent gebruik; Woonhuis: Een gebouw dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; Woonperceel: een perceel waar conform het omgevingsplan wonen is toegestaan; Zelfstandige woning: Een woning met een eigen afsluitbare toegang die een huishouden kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. Indien een begrip niet is opgenomen in deze begrippenlijst, dient de begripsbepaling uit het omgevingsplan te worden aangehouden. Indien hier geen begripsbepaling in is opgenomen geldt de betekenis in het algemeen spraakgebruik (Van Dale Groot Woordenboek).

Rechtspraak bij dit artikel