Toevoegen woning binnende bebouwde kom
Bij herbouw van een hoofdgebouw op een bestaand woonperceel waarbij afgeweken dient te worden van het omgevingsplan, zijn de algemene afwijkingscriteria van toepassing. Indien benodigd kan er op deelaspecten aan initiatiefnemer een nader onderzoek worden verlangd;
Bij toevoeging van een woning dient het initiatief te passen binnen het geldende woonbeleid, zijnde de Woonvisie en indien relevant het Woningmarktonderzoek;
Een initiatief voor het toevoegen van een woning qua uiterlijke verschijningsvorm te passen binnen het geldende, of voor het specifieke geval, vastgestelde welstandskader;
Voor tijdelijke woningen in het kader van de versterkingsopgave zijn de regels in dit artikellid niet van toepassing, maar gelden de regels van artikel 3.7;
Bij toevoeging van een woning dient de minimale vloeroppervlakte 70 m² te zijn, én:
Splitsing (eventueel in de vorm van kangoeroewoningen) van woningen is slechts mogelijk indien er wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 3.1.5 én er na de splitsing nog steeds sprake is van één hoofdgebouw met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen én er niet wordt afgeweken van de bestaande situatie van voor de splitsing voor wat betreft verschijnings- en bouwvorm;
Bij mantelzorgwoningen en tijdelijke woningen geldt dit artikel niet, omdat het in dit artikel dient te gaan om huisvesting voor permanent verblijf;
Bij karakteristieke en monumentale panden is er een mogelijkheid om van de minimale vloeroppervlakte af te wijken, indien het belang voor instandhouding van de cultuurhistorische waarde zwaarder weegt;
Er is geen sprake van kamergewijze verhuur, tenzij het geldende woonbeleid daar ruimte voor biedt en er wordt voldaan aan de overige criteria genoemd in dit artikel;
Een hoofdgebouw dient slechts te worden gebruikt voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
In beginsel is er bij elk hoofdgebouw een berging aanwezig;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Toevoegen woning buiten de bebouwde kom
Bij herbouw van een hoofdgebouw op een bestaand woonperceel waarbij afgeweken dient te worden van het omgevingsplan, zijn de algemene afwijkingscriteria van toepassing. Indien benodigd kan er op deelaspecten aan initiatiefnemer een nader onderzoek worden verlangd;
Bij toevoeging van een woning dient het initiatief te passen binnen het geldende woonbeleid, zijnde de Woonvisie en indien relevant het Woningmarktonderzoek (behoefte/ladder voor duurzame verstedelijking);
Een initiatief voor het toevoegen van een woning dient qua uiterlijke verschijningsvorm te passen binnen het geldende, of voor het specifieke geval, vastgestelde welstandskader;
Een initiatief voor het toevoegen van een woning dient te passen binnen het geldende provinciale beleid inzake toevoeging van (een) woning(en);
Het toevoegen van een woning mag geen beperkende werking hebben op andere functies;
Voor tijdelijke woningen in het kader van de versterkingsopgave zijn de regels in dit artikellid niet van toepassing, maar gelden de regels van artikel 3.7;
Bij toevoeging van een woning dient de minimale vloeroppervlakte 75 m² te zijn, met uitzondering van karakteristieke of monumentale panden, én:
Splitsing (eventueel in de vorm van kangoeroewoningen) van woningen is slechts mogelijk indien er wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 3.1.5 én er na de splitsing nog steeds sprake is van één hoofdgebouw met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen én er niet wordt afgeweken van de bestaande situatie van voor de splitsing voor wat betreft verschijnings- en bouwvorm;
Bij mantelzorgwoningen en tijdelijke woningen geldt dit artikel niet, omdat het in dit artikel dient te gaan om huisvesting voor permanent verblijf;
Er is geen sprake van kamergewijze verhuur, tenzij het geldende woonbeleid daar ruimte voor biedt en er wordt voldaan aan de overige criteria genoemd in dit artikel;
Een hoofdgebouw dient slechts te worden gebruikt voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
In beginsel is er bij elk hoofdgebouw een berging aanwezig;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Uitbreiding hoofdgebouw
De uitbreiding van een hoofdgebouw dient qua uiterlijke verschijningsvorm te passen binnen het geldende, of voor het specifieke geval, vastgestelde welstandskader;
De bestaande bouwhoogte van het aanwezige hoofdgebouw dient in beginsel niet te worden overschreden;
De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 meter, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is;
Bijbehorende bouwwerken, indien gelegen aan een openbare weg, groen, of water, dienen op minimaal 1 meter uit de achterste perceelgrens te worden gebouwd, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande bijbehorend bouwwerk tot de achterste perceelsgrens, indien deze minder dan 1 meter bedraagt;
Er dient een goede verhouding van bebouwde en onbebouwde oppervlakte te zijn op het perceel, waarbij uitgangspunt is dat niet meer dan 50% van het bouwperceel mag worden bebouwd;
De gezamenlijke oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan:
In geval van een bebouwingsgebied kleiner of gelijk aan 100 m²: 70 m²;
In geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 70 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²;
In geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m²: 110 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m²,
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Bijbehorend bouwwerk, niet zijnde de uitbreiding van een hoofdgebouw, binnen de bebouwde kom, bij woonpercelen
De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 meter, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is;
Bijbehorende bouwwerken, indien gelegen aan een openbare weg, groen, of water, dienen op minimaal 1 meter uit de achterste perceelgrens te worden gebouwd, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande bijbehorend bouwwerk tot de achterste perceelsgrens, indien deze minder dan 1 meter bedraagt;
Bijbehorende bouwwerken dienen achter en op minimaal 1 meter achter de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met uitzondering van carports, luifels en erkers boven de hoofdingang van het hoofdgebouw, dan wel bestaande bijbehorende bouwwerken;
De goothoogte mag niet meer dan 3,5 meter bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt;
De bouwhoogte mag niet meer dan 6 meter bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt;
De gezamenlijke oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan:
In geval van een bebouwingsgebied kleiner of gelijk aan 100 m²: 70 m²;
In geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 70 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²;
In geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m²: 110 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m²,
Niet aan of bij een woonwagen;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Bijbehorend bouwwerk, niet zijnde de uitbreiding een hoofdgebouw, buiten de bebouwde kom, bij woonpercelen
De oppervlakte niet meer dan 150 m²;
Het bouwen bij een (bedrijfs)woning in het buitengebied mag niet tot gevolg hebben dat de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van de woonfunctie meer dan 300 m² bedraagt;
De totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken zal per (bedrijfs)woning ten hoogste de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen;
De bijbehorende bouwwerken zullen tenminste 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;
De bijbehorende bouwwerken zullen geheel binnen een afstand van 25 meter vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd;
Voor bijbehorende bouwwerken geldt een maximale goothoogte van 3,5 meter, een maximale bouwhoogte van 6 meter en een dakhelling van maximaal 60 graden;
Het bouwen mag niet tot gevolg hebben dat het aansluitend terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd, dan wel de oppervlakte die op grond van vergunningvrij bouwen en het omgevingsplan mogelijk is voor meer dan 50% wordt overschreden;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Bijbehorend bouwwerk, niet zijnde een hoofdgebouw, bij bedrijven
Er dient te worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering, dan wel een voortdurende verbetering op het gebied van duurzaamheid, milieu en (dieren)welzijn;
Het bouwperceel, welke behoort tot het oorspronkelijke hoofdgebouw, mag niet meer dan 70% worden bebouwd;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Tijdelijke huisvesting op eigen perceel in het kader van de versterkingsopgave
In beginsel is een tweede (bedrijfs)woning op een perceel strijdig met de gebruiksfunctie;
In het kader van de versterkingsopgave kan er, onder voorwaarden, medewerking worden verleend aan een tijdelijke tweede woning;
De tijdelijkheid van de huisvesting is gekoppeld aan de duur van de benodigde versterking/vervanging;
Vanwege de tijdelijkheid is de afweging hier ook op gericht en is herinvulling van de tijdelijke huisvesting na afloop van de vergunde termijn niet mogelijk;
De tijdelijke woning mag niet leiden tot onevenredige hinder bij uitvoeren van werkzaamheden aan het te versterken/vervangen hoofdgebouw. Er dient voldoende afstand in acht te worden genomen om dit te garanderen;
De tijdelijke woning dient bereikbaar te zijn voor hulpverlenende instanties;
De tijdelijke woning mag niet leiden tot onevenredige hinder, dan wel vertraging van de versterking/vervanging van het hoofdgebouw;
Er dienen voorzieningen getroffen te worden waardoor in de tijdelijke woning water, elektra en riolering beschikbaar is;
Het bouwen mag niet tot gevolg hebben dat het perceel voor meer dan 50% wordt bebouwd, dan wel de oppervlakte die op grond van vergunningvrij bouwen en het omgevingsplan mogelijk is voor meer dan 50% wordt overschreden;
In het kader van BLVC (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie) kan indien dit voor de beoordeling noodzakelijk wordt geacht een rapport op worden gevraagd om dit te borgen;
Er dient te worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor bouw uit het BBL (besluit bouwwerken en leefomgeving);
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Algemeen
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet hoger zijn dan 5 meter;
In afwijking van artikel 3.7.1 mag de bouwhoogte van reclame-uitingen niet hoger zijn dan 6 meter;
De oppervlakte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 50 m²;
Voor antenne-installaties gelden de specifieke criteria van artikel 3.9;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Overkappingen
De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 meter, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is;
Overkappingen, indien gelegen aan een openbare weg, groen, of water, dienen op minimaal 1 meter uit de achterste perceelgrens te worden gebouwd, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande bijbehorend bouwwerk tot de achterste perceelsgrens indien deze minder dan 1 meter bedraagt;
De goothoogte mag niet meer dan 3,5 meter bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt;
De bouwhoogte mag niet meer dan 6 meter bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt;
Overkappingen zullen geheel binnen een afstand van 25 meter vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd;
Het bouwen van een overkapping mag niet tot gevolg hebben dat het aansluitend terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd, dan wel de oppervlakte die op grond van het omgevingsplan voor bebouwing in aanmerking komt voor meer dan 50% wordt overschreden.
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Paardrijbakken
Een paardrijbak dient zoveel mogelijk uit het zicht van openbaar toegankelijk gebied te worden gesitueerd ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing;
Er dient geen onevenredige hinder te ontstaan op het gebied van geur, geluid, licht, stof en gezondheid voor nabijgelegen woningen/percelen;
De bouwhoogte van lichtmasten bij een paardrijbak en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag respectievelijk 5 meter voor lichtmasten en 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedragen;
Er dient een minimale afstand van 50 meter te worden aangehouden tot de woonbestemmingsgrens van de dichtstbijzijnde woning van derden.
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Antenne-installatie
Een antenne-installatie mag niet hoger dan 40 meter zijn;
In afwijking van artikel 3.9.1 geldt voor de plaatsing van een particuliere antenne-installatie het volgende:
een verplichting tot het hebben van een zendlicentie;
een maximum bouwhoogte van 20 meter;
artikelen 3.9.4 is niet van toepassing op particuliere antenne-installaties.
Uitgangspunt voor plaatsing van antenne-installaties is site-sharing. Indien site-sharing aantoonbaar niet mogelijk blijkt, kan worden gekeken naar plaatsing van nieuwe masten. Zowel ruimtelijk (zo weinig mogelijk hoge elementen) als technisch (geen noodzaak voor plaatsing nieuwe masten indien er gebruik kan worden gemaakt van een bestaande mast) is onderbouwing noodzakelijk bij plaatsing van een nieuw hoog element;
Door middel van een dekkingskaart zal aantoonbaar dienen worden gemaakt dat er een noodzaak is voor plaatsing van een nieuwe antenne-installatie;
De aangevraagde locatie is een optimum tussen enerzijds (het beperken van) hinder voor de omgeving en anderzijds effectiviteit in verband met dekking en capaciteit;
Een antenne-installatie zal bij voorkeur in bestaand stedelijk gebied of aansluitend op bestaand stedelijk gebied worden geplaatst;
Er zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht voor plaatsing bij bestaande verticale elementen;
Een antenne-installatie zal niet worden geplaatst binnen een rijksbeschermd dorps- of stadsgezicht;
Indien niet kan worden voldaan aan de voorwaarde in artikel 3.9.6 dan gelden de volgende voorwaarden:
bij de plaatsing wordt aangesloten bij bestaande hoge elementen, zoals gebouwen, torens, torensilo's en masten;
een antenne-installatie dient bij voorkeur te worden gesitueerd in directe nabijheid van infrastructuur;
Bij de plaatsing van een antenne-installatie wordt rekening gehouden met een goede bereikbaarheid;
Er dient met de plaatsing geen onevenredige afbreuk te worden gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Installatie bij een agrarisch bedrijf voor mestvergisting/verwerking van reststoffen
Het gaat hierbij om een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, lid 2, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
In afwijking van artikel 3.10.1 zal er in principe geen medewerking worden verleend aan de verwerking van andere reststoffen, dan wel een combinatie van verwerking van mest- en andere reststoffen;
In beginsel gelden de binnenplanse criteria voor installaties voor de productie van energie door vergisting, zoals opgenomen in het omgevingsplan;
Een installatie voor de productie van energie door vergisting dient in beginsel de energievraag van het bedrijf niet te overstijgen;
Indien met de installatie voor de productie van energie door vergisting de energievraag van het bedrijf wordt overstegen, dan dient er maatschappelijke meerwaarde voor de afzet van de energie te zijn voor de nabije omgeving;
Het dient in beginsel slechts te gaan om bedrijfseigen aanvoer om energie door vergisting te produceren;
Externe aanvoer van producten om energie door vergisting te produceren is slechts mogelijk wanneer het gebruik niet in strijd is met de geldende gebruiksregels en overige beleidsuitgangspunten;
De realisatie van een installatie voor de productie van energie door vergisting mag niet leiden tot een onevenredige toename van verkeersintensiteit in openbaar gebied;
De bouwhoogte van een installatie voor de productie van energie door vergisting zal ten hoogste 14 meter bedragen;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Wijzigen gebruik van bouwwerken
Algemeen
Het betreft hier het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij de bouwwerken aansluitend terrein;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Gebruikswijziging naar wonen
De bepalingen in artikelen 3.1 en 3.2 zijn van toepassing;
Zorgwonen
De zorgvraag dient overeen te komen met de zorgbehoefte in de gemeente;
Het initiatief dient te passen in het nog vast te stellen gemeentelijke woonzorgbeleid;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Zorgboerderij
De zorgvraag dient overeen te komen met de zorgbehoefte in de gemeente;
Het initiatief dient te passen in het nog vast te stellen het gemeentelijke woonzorgbeleid;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Bed & Breakfast
De Bed & breakfast dient ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie;
De Bed & breakfast wordt geëxploiteerd door de (hoofd)bewoner van het betreffende perceel;
Er dient geen sprake van hinder te zijn voor naastgelegen (woon)percelen;
Indien de Bed & breakfast in een bijgebouw wordt gerealiseerd, dient dit bijgebouw in de directe nabijheid van het hoofdgebouw te staan en er dient een duidelijke relatie te zijn tussen hoofd- en bijgebouw;
De Bed & breakfast dient beperkt te worden tot een omvang van maximaal 3 kamers en maximaal 6 personen;
De Bed & breakfast mag niet als zelfstandige woning functioneren, derhalve is een keuken niet toegestaan;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Aan-huis-verbonden beroep/bedrijf
Voor een aan-huis-verbonden beroep/bedrijf gelden de criteria die zijn opgenomen in het omgevingsplan;
Afwijking van de criteria als opgenomen in artikellid 3.11.17 kan slechts indien er wordt voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Kampeermiddelen
Nieuwe initiatieven voor het realiseren van particuliere kampeermiddelen worden toegestaan:
In gebieden die zijn aangewezen voor recreatiedoeleinden en waar conform de regels al overnachtingsmogelijkheden in de vorm van kampeermiddelen zijn toegestaan. In het tijdelijk omgevingsplan is met een aanduiding op enkele locaties al een mogelijkheid geschapen om recreatieve voorzieningen toe te staan;
Bij initiatiefnemers in het buitengebied ter verbreding van hun verdienmodel, met inachtneming van de kaders in het geldende ruimtelijke beleid. Onder verbreding van verdienmodel wordt verstaan dat de activiteit plaatsvindt als nevenactiviteit. De bestaande hoofdfunctie van een perceel (bijvoorbeeld een agrarische- of woonfunctie) zal met de toevoeging van kampeermiddelen niet worden gewijzigd.
Nieuwe initiatieven voor het realiseren van particuliere camperplaatsen worden niet toegestaan binnen de bebouwde kom;
Bij de aanvraag moet worden voorzien in een inpassingsplan, verzorgd door een expert op het gebied van landschappelijke inpassing;
Indien een aanvraag voor kampeermiddelen voorziet in de plaatsing van meer dan 15 kampeermiddelen, dan dient de aanvraag te worden voorzien van een business case.
Een kampeerlocatie wordt niet toegelaten indien het erf of perceel grenst aan een andere kampeerlocatie, dan wel dat er een onderlinge afstand ontstaat met een andere kampeerlocatie van minder dan 500 meter;
Een kampeerplaats dient goed bereikbaar te zijn. Vereist daarbij is ligging nabij een verharde of goed toegankelijke toegangsweg;
Indien het een verzoek betreffende campers betreft, dan dient er te worden voorzien in de volgende vereisten:
Een elektrapunt 220V/6A-16A op minder dan 20 meter van de camperplaats;
Een watertappunt op de camperlocatie;
Een stortmogelijkheid eenvoudig huisvuil (gescheiden afval) op de camperlocatie;
Een loospunt vuilwater op de camperlocatie;
Een loospunt cassette-toilet op de camperlocatie;
De plaatsen dienen verhard te zijn of een draagkrachtige ondergrond te hebben;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Een gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen
Voor toepassing van een omgevingsvergunning in dit afwijkingenbeleid komt in aanmerking een gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorziening, mits niet hoger dan 5 meter, én de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.
Steigers
Indien een aanvraag wordt gedaan voor een locatie waar de initiatiefnemer geen grondeigenaar is, dan is er geen sprake van een belanghebbend aanvrager en kan deze niet in behandeling worden genomen (ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1364);
Uitzondering van hetgeen in 3.14.1 is als er toestemming is van de grondeigenaar;
Er dient, indien van toepassing, toestemming te zijn van de waterbeheerder;
Indien 3.14.2 van toepassing is, of als de aanvrager grondeigenaar is, dan gelden de volgende vereisten:
Het aanzicht en de waardering van het water mag niet onevenredig worden verstoord;
De gebruiksmogelijkheden van openbaar vaarwater dienen niet te worden beperkt;
Er mag geen onevenredige belasting plaatsvinden van het openbaar gebied;
Indien er sprake is van toestemming van de eigenaar en de steiger in openbaar gebied wordt gebouwd, dienen er privaatrechtelijk afspraken te worden vastgelegd omtrent gebruik en onderhoud;
Er dient te worden voldaan aan de algemene afwijkingscriteria zoals genoemd in artikel 2.