Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 16.

Spreekrecht burgers over geagendeerde onderwerpen

Onderdeel van Verordening op de raadscommissie Westerwolde

1.. Na het vaststellen van de agenda kunnen burgers in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; over personen, persoonlijke aangelegenheden of gedragingen van personen. 3.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit één dag voor 12:00 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier dan wel diens vervanger onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 4.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissie-voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend en voorafgaande aan de eerste termijn. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6.. Voor het einde van de 1e termijn stelt de commissievoorzitter de burger nogmaals in staat het woord te voeren. 7.. Per inspreker wordt in principe een maximum spreektijd van vijf minuten gehanteerd. 8.. De commissie kan op verzoek van de commissievoorzitter dan wel een commissielid besluiten de burger in staat te stellen mee te praten over het voorstel. 9.. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Rechtspraak bij dit artikel