De maatregel, bij gedragingen als bedoeld artikelen 8 en 9, wordt vastgesteld op:
5% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 1.
Artikel 10.
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Wi2021 Son en Breugel 2025