Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft het college een schriftelijke waarschuwing. Het college wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. Het college nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen binnen 8 weken.
Wanneer de inburgeringsplichtige na deze volgende oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, legt het college de inburgeringsplichtige een boete op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 26 van de inburgeringswet.
Het college legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
Het college legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 26 van de inburgeringswet als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.
In de beschikking waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt het college de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 8 weken alsnog te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan weer niet voldoet, legt het college opnieuw een boete op met inachtneming van artikel 26 van de inburgeringswet.
Hoofdstuk 5.
Artikel 18.
Handhaving verplichtingen bij de brede intake
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Wi2021 Son en Breugel 2025